ECLI:NL:GHSHE:2023:821
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in ontnemingszaak wegens niet-handhaven grieven
In deze ontnemingszaak heeft de rechtbank Oost-Brabant een bedrag van €302.338,36 vastgesteld als het wederrechtelijk verkregen voordeel dat aan de betrokkene moet worden ontnomen. De betrokkene ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de betrokkene, in aanwezigheid van haar raadsvrouw, verklaard haar grieven tegen het bestreden vonnis niet langer te handhaven. Zowel de advocaat-generaal als de verdediging hebben daarop het verzoek gedaan het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof heeft geoordeeld dat de betrokkene geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. Gezien het feit dat de zitting al was aangevangen, was geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 453, eerste lid, Sv. Het hof heeft daarom op grond van artikel 416, tweede lid, Sv het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de betrokkene haar grieven niet handhaaft.