Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Inleiding
2.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/295116 / KG ZA 21-288)
3.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met productie 16;
- de akte van de advocaat van de man van 15 maart 2022;
- de memorie van antwoord tevens voorwaardelijk incidenteel appel;
- de memorie van antwoord tegen de voorwaardelijke eis in reconventie met producties 18 en 19.
4.De feiten
5.Het geschil
6.De beoordeling
derdestaat, dus niet een lidstaat, heeft verworven, nadat het naar die staat was ontvoerd. Daarvan is in deze zaak geen sprake omdat ook Polen een lidstaat van de Europese Unie is. Dit betekent dat art. 10 Brussel Pro II bis wel van toepassing is. Op grond van dit artikel is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vordering van de man kennis te nemen.