In deze civiele procedure in hoger beroep heeft appellante verzocht om verbetering van het eindarrest van 22 november 2022, specifiek met betrekking tot de proceskostenveroordeling. Appellante betoogde dat het hof een kennelijke fout had gemaakt door een onjuist tarief toe te passen bij de begroting van de salariskosten van de advocaat.
Het hof heeft het verzoek van appellante beoordeeld en overwogen dat het toegepaste tarief V passend was, gelet op de waarde van het belang van de zaak, namelijk de toedeling van een chalet met een waarde van €108.375,=. Het hof heeft tevens overwogen dat het bedrag van €9.834,= aan salaris advocaat in verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden.
De geïntimeerden hebben het standpunt van appellante bestreden en aangevoerd dat het hof terecht het hogere tarief heeft toegepast en dat er slechts een fout was gemaakt in het aantal punten waarop het tarief werd toegepast. Ook dit verzoek tot verbetering is door het hof afgewezen.
Het hof concludeert dat geen sprake is van een kennelijke fout die eenvoudig hersteld kan worden en wijst daarom de verzoeken tot verbetering van het eindarrest af. Appellante wordt geen gelegenheid gegeven om hierop te antwoorden, en het arrest wordt ongewijzigd in stand gelaten.