Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/392703 / HA ZA 21-718)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 21 tot en met 28;
- de memorie van antwoord met producties 25 tot en met 30;
- de mondelinge behandeling op 11 maart 2024, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief van 1 maart 2024 door Lumirad toegezonden producties 29 tot en met 34, die zij bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
“Par. 1 – AlgemeenArt. 1 – Doel overeenkomst: geïntegreerd aanbod medisch specialistische zorg;
“Artikel 1. Doel; Looptijd; Rangorde(…)
Addendum tariefs- en prijsafspraken (…) tussen MSB Coöperatie Lumirad U.A. en Stichting Bravis ziekenhuis)overeengekomen, namelijk voor 2015, 2016 en 2017. De afspraken hielden in:
- geïndexeerde tegemoetkoming op de kosten in de eerste lijn;
- doorberekening van de kosten door Bravis met maximale stijging van 5% (inclusief
indexatie).
Addendum tariefs- en prijsafspraken 2018 t/m 2020 tussen MSB Coöperatie Lumirad U.A. en Stichting Bravis ziekenhuis)gesloten.
“
Het ziekenhuis wil de nieuwe productie- en prijsafspraken als volgt maken:- P*Q afspraak 2e lijn.- P*Q afspraak 1ste lijn met voortzetting plafondafspraak 2020 van € 1.035.000.- Aanpassing tarieven 2020 met -8%.- Indexering op basis van MEV/CPB (in 2021 niet verwerkt in berekening).- Vervallen van de tegemoetkoming 2020 van € 112.000 in de kosten.- Voorzetting van bijzondere afspraken.”
“Voor de contractsperiode van 2021 zal de Raad van Bestuur daarvoor bijgaand prijs- en productiekader hanteren waarbij de tarieven van 2020 weliswaar niet worden aangepast, maar verder geen sprake zal zijn van indexering. Daarnaast zal, zoals met uw voorzitter besproken, de huidige korting op de kosten worden vervangen door een korting op de kosten per fte conform de kostendoorbelasting bij de andere MSB-en, zonder maximum op de kostenstijging. De Raad van Bestuur hanteert daarmee alleszins redelijke tarieven. Bij een gelijkblijvend service- en kwaliteitsniveau ontvangen de radiologen op die wijze binnen de maximale bandbreedte van de ziekenhuisfinanciering een passende vergoeding. Het biedt bovendien de mogelijkheid voor een verdere groei van het honorarium van de radiologen op basis van volume en zorgzwaarte.”
Addendum tariefs- en prijsafspraken 2021 tussen MSB Coöperatie Lumirad U.A. en Stichting Bravis ziekenhuis.
disutilitywordt verhoogd met 25% ten opzichte van het loon dat partijen voor het jaar 2020 zijn overeengekomen;
1. Voor recht te verklaren dat de vergoeding van Lumirad dan wel op basis van de afspraken, dan wel op basis van gebruikelijk of redelijk loon, dient te worden vastgesteld op basis van de PxQ-methodiek van NZa-tarieven 2014 en NVZ-indexering;
schriftelijkzijn overeengekomen, volgt het hof Lumirad daarin niet.
in de verhouding met Bravis. Bij het onderzoek van wat gebruikelijk is als bedoeld in artikel 7:405 BW Pro is evenwel een belangrijk aanknopingspunt gelegen in wat door beroepsgenoten in het algemeen voor de verrichte werkzaamheden als beloning in rekening wordt gebracht (vgl. HR 6 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7242). Anders gezegd: bij het vaststellen van het gebruikelijk loon moet in de eerste plaats worden gedacht aan gebruiken die in een bepaalde branche gelden. Lumirad heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat onder beroepsgenoten /in de branche in het algemeen vergoedingen worden vastgesteld op basis van PxQ als startpunt de NZa-tarieven 2014 met indexering. Integendeel, de insteek van Lumirad is dat Lumirad een aparte onderhandelingspositie heeft en dat de afspraken met Lumirad mochten en mogen afwijken van de afspraken met het grote MSB waar de andere vakgroepen binnen Bravis in zijn verenigd. Lumirad maakt melding van een gebruik in de branche (een MSB ontvangt een percentage van de winst van het ziekenhuis), maar dat is niet wat zij wil. Lumirad heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling nog een verklaring van [persoon B] overgelegd (productie 33), maar daaruit blijkt ook niet dat de beloningssystematiek die Lumirad wel wil (PxQ met de NZa-tarieven en
NVZindexering) gebruikelijk is. Dat in de [persoon B] bekende casus (zes) de PxQ systematiek met indexering – waarbij P gebaseerd is op Nza-tarieven in een ijkjaar – tot uitgangspunt dient, maakt dit niet anders.
3span/Recreatiebeheer).
disutilityvan 25% op de tarieven voor medische verrichtingen dient te worden vastgesteld.
Addendum tariefs- en prijsafspraken 2021en dat dat iets gunstiger is voor de radiologen dan het aanvankelijke voorstel vanuit Bravis. Het loon dat Bravis betaalt, lijkt op de betaalde vergoeding van 2020, zij het dat de tarieven van 2020 niet worden geïndexeerd en de korting op de kosten, die eerst € 112.000,00 was, wordt vervangen door een korting op de kosten per fte (zie hiervoor rov. 3.1.10 en 3.1.11).
3span/Recreatiebeheer, voor het bepalen van een redelijk loon leidt tot de door Lumirad gewenste beloningssystematiek en tot deze honorariumverhoging, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien.
disutility(eventuele stijging van de werklast en een eventuele stijging van het aantal verrichtingen buiten kantoortijd) van 25% op de tarieven voor medische verrichtingen. Ook hiervoor geldt dat geen deugdelijke juridische grondslag – contractueel of anderszins – is gebleken. Ten aanzien van het gewenste percentage van 25% als loon voor
disutilitymerkt het hof op dat daarvoor ook geen toereikende onderbouwing is gegeven. De omstandigheid dat de taak van de radiologen in de afgelopen tien jaar zwaarder is geworden, getuige ook de toelichting van de radioloog van Lumirad Lim (productie 34 van Lumirad), doet aan het voorgaande niet af. Bravis heeft erop gewezen dat met
disutilityrekening is gehouden bij de vergoeding die zij betaalt aan Lumirad. Daarbij heeft zij onderbouwd dat bij de Logex benchmarkmethode
disutilityis verdisconteerd via de opgave van fte’s (productie 30 bij de memorie van antwoord). Overigens is er met de totale vergoeding die Bravis aan Lumirad betaalt, voldoende financiële ruimte voor Lumirad om de formatie van Lumirad met in elk geval een radioloog uit te breiden, om zo de werklast te verlichten, zoals Bravis – als zodanig onbetwist door Lumirad – heeft gesteld. Bravis gaat namelijk uit van een norminzet van 14,37 fte, terwijl de radiologeninzet door Lumirad feitelijk minder is, in 2021 in totaal ongeveer 13 fte (zie ook hiervoor rov. 3.1.1). Dit zo zijnde, is er ook geen grond om partijen op te dragen een redelijk loon overeen te komen uitgaande van de Handreiking Model vergoeding disutility van de FMS, zoals Lumirad ook vordert (tweede deel van vordering 3).
- griffierecht € 783,00
- salaris gemachtigde € 2.428,00 (2 punten x tarief II)
- nakosten