Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 28 maart 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De ouders waren tegen de verlenging van negen maanden, stellende dat de GI onvoldoende had gedaan om terugplaatsing mogelijk te maken en dat de machtiging niet noodzakelijk was.
De rechtbank had eerder de machtiging verleend en verlengd vanwege zorgen over de veiligheid en stabiliteit bij de ouders, die een belast verleden hebben met onder meer huiselijk geweld en verslavingsproblematiek. De minderjarige verbleef sinds oktober 2023 in een pleeggezin. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden de verlenging vanwege de kwetsbaarheid van het kind en het ontbreken van een veilige thuissituatie.
Het hof overwoog dat de gezinsopname bij een instantie in januari 2024 geen thuisplaatsing was en dat de GI terecht vond dat ambulante hulp onvoldoende is. De ouders hadden onvoldoende concreet aangetoond dat zij de verbeterpunten hadden opgepakt. Het hof achtte de verlenging noodzakelijk en in het belang van het kind, waarbij het recht op familie- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro niet onrechtmatig werd beperkt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor negen maanden wegens noodzakelijkheid in het belang van de minderjarige.