Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren, met het hoofdverblijf en eenhoofdig gezag bij de vrouw. Na hun scheiding in 2009 is mondeling overeengekomen dat de man €100 per kind per maand betaalde aan kinderalimentatie. De vrouw verzocht in eerste aanleg om verhoging naar €282 per kind per maand vanaf 1 januari 2021. De rechtbank wijzigde dit bedrag naar €127,50 per kind per maand met ingang van 22 april 2022.
De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de behoefte van de kinderen hoger was vanwege het hogere netto besteedbaar inkomen van de man in 2022 ten opzichte van het voormalige gezinsinkomen. De man voerde geen verweer en bevestigde zijn betalingsverplichting.
Het hof hanteerde de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie en stelde vast dat het inkomen van de man het voormalige gezinsinkomen overschreed, waardoor de behoefte opnieuw moest worden berekend. De nieuwe berekening leidde tot een iets lagere behoefte dan eerder overeengekomen. Omdat de vrouw geen nadeligere beslissing kan krijgen dan in eerste aanleg, wees het hof haar grief af en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.