ECLI:NL:GHSHE:2024:1145
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag vader en afwijzing deskundigenonderzoek
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het ouderlijk gezag van zowel de vader als de moeder over hun minderjarige kind heeft beëindigd en de Gecertificeerde Instelling (GI) tot voogd heeft benoemd.
De vader betwist de beëindiging van zijn gezag en verzoekt om handhaving van zijn gezag, al dan niet als eenhoofdig gezag, en om een deskundigenonderzoek. De Raad voor de Kinderbescherming en de moeder steunen de beslissing van de rechtbank. Het kind verblijft sinds 2017 bij de grootouders van vaderszijde en er is sprake van contactproblemen met de moeder.
Het hof oordeelt dat het kind ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling en dat de vader niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen. Het hof benadrukt het belang van rust, duidelijkheid en professionele begeleiding voor het contactherstel met de moeder. Het beroep van de vader op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat de beëindiging proportioneel en noodzakelijk is.
Het verzoek tot deskundigenonderzoek wordt afgewezen omdat dit op dit moment niet bijdraagt aan het belang van het kind. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader en wijst het verzoek tot deskundigenonderzoek af.