De curator heeft het hof in de brief van 9 januari 2024 als volgt geïnformeerd.
Na de eerste gesprekken met [betrokkene] en zijn advocaat en na bestudering van het beroepschrift heeft de curator bij brief van 3 januari 2024 een kort relaas van de feiten en omstandigheden uiteengezet, waarbij de curator heeft benadrukt dat de door hem gevraagde informatie nog niet door [betrokkene] was verschaft (bijlage 1).
De curator had slechts enkele stukken van [betrokkene] ontvangen, welke vragen bij hem opriepen. Zoals de bankmutaties met zustervennootschap [B.V. 2] B.V. Van 18-12-2021 t/m 18-12-2022 werd volgens de curator aan deze vennootschap € 134.237,15 voldaan en in de periode van 19-12-2022 t/m 18-12-2023 nog een bedrag van € 954.260,=. De betalingen lijken slechts in een enkel geval te duiden op een factuur/bon. De bedragen geven aanleiding te veronderstellen dat er geen, laat staan een zakelijke, grondslag is voor die betalingen, aldus de curator.
Verder heeft de curator medegedeeld dat de Belastingdienst een vordering ter verificatie heeft ingediend van € 739.540,-. Sinds begin 2020 tot en met in ieder geval augustus 2023 is er volgens de curator geen belasting door de gefailleerde betaald. Nadat [betrokkene] aan de kantoorgenoot van de curator, zijnde mr. [kantoorgenoot] , had aangegeven dat er een betalingsregeling met de Belastingdienst was, is met de Belastingdienst contact opgenomen. De Belastingdienst heeft volgens de curator telefonisch ontkend dat er van een dergelijke regeling sprake is.
Ten aanzien van de ontvangen jaarrekeningen heeft de curator opgemerkt dat deze incompleet waren. Op basis van de beschikbare jaarrekeningen en administratie van gefailleerde heeft de curator vastgesteld dat [betrokkene] , als DGA van [appellante]
[appellante] en de gelieerde vennootschappen, een bedrag van € 2.100.000,- aan [appellante] heeft onttrokken.
Op 5 januari 2024 heeft de curator de winst- en verliesrekening 2023 ontvangen (bijlage 4) en heeft mr. Krol de curator medegedeeld dat het onjuist is dat [appellante] is leeggehaald. Volgens de stukken is [appellante] een bedrag van € 395.300,= aan de directie en een bedrag van € 209.100,= aan [Holding B.V.] Holding B.V. verschuldigd. [appellante] heeft volgens de tussentijdse jaarstukken per eind september 2023 een winst van EUR 200.000,= gemaakt (feitelijk zelfs EUR 400.000,- wegens een afschrijving op de post huur schip).
De curator heeft als volgt – kort weergegeven – gereageerd op het beroepschrift.
Allereerst heeft de curator geconstateerd dat de vordering van [verweerster] niet wordt betwist en de curator ook geen reden ziet om de vordering van [verweerster] te betwisten.
Blijkens het toetsingskader uit HR 5 juni 2015, NJ 2015/320 (HSK/Bosma) dient volledige toetsing ex nunc plaats te vinden. De omstandigheid dat [verweerster] c.q. hun advocaten hebben medegedeeld akkoord te zijn met de vernietiging van het faillissement als de vorderingen daarna vanuit het depot bedrag direct worden betaald, laat volgens de curator onverlet dat de vorderingsrechten nog steeds bestaan. De curator refereert zich echter aan het oordeel van het hof.
In het verlengde daarvan is de stelling dat er geen pluraliteit van schuldeisers is dan ook -evident- onjuist. Tot heden hebben een viertal crediteuren een vordering ter verificatie ingediend. De schuldenlast bedraagt in ieder geval € 760.571,96, waarvan een bedrag van € 739.540,= aan preferente belastingschulden. Sinds begin 2020 is er geen belasting betaald, in ieder geval tot en met augustus 2023.
Blijkens de eigen administratie van [appellante] zijn er bovendien 13 crediteuren voor een totaalbedrag ad € 79.937,15. Voorts heeft [betrokkene] zich nog op het standpunt gesteld dat er substantiële rekening-courantvorderingen op de directie (€ 395.300,=) en [appellante] Holding (€ 209.100,-) zijn. De pluraliteit aan schuldeisers is volgens de curator hiermee gegeven.
Volgens de curator is het onjuist dat de lopende verplichtingen door [appellante] worden voldaan. Zoals blijkt uit de stukken zou de [binnenvaartschip 1] zonder diesel voor anker liggen. Voor het overige geldt dat de curator, aangezien hij tot op heden niet alle benodigde informatie heeft ontvangen, slechts kan oordelen op basis van de voor hem beperkt beschikbare informatie. De rechten en verplichtingen van gefailleerde kunnen immers thans niet worden gekend.
De curator kan wel vaststellen dat de Belastingdienst sinds 2020 niet is betaald en evenmin is gebleken dat er sprake is van een betalingsregeling. Aangezien uit de administratie van gefailleerde en uit de correspondentie met [betrokkene] c.q. mr. Krol blijkt dat er nog substantiële (rekening-courant)vorderingen zijn, veronderstelt de curator dat de lopende verplichtingen niet door gefailleerde worden voldaan.
De boedel is op dit moment nihil. Er is geen noemenswaardig vrij actief behoudens een banksaldo van € 56,42 op de door gefailleerde aangehouden bankrekening. Het bedrag van € 100.000,= dat in depot staat op de derdengeldenrekening van de advocaat van [bedrijf] staat niet ter vrije beschikking van de boedel. In ieder geval is voornoemd bedrag onvoldoende om de boedelkosten en alle crediteuren te voldoen.