Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 14 oktober 2015, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van een ambtenaar, bedreiging, poging tot diefstal en vernieling.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, aangezien dit pas op 5 juli 2023 werd ingesteld, ruim na de wettelijke termijn van 14 dagen na het vonnis. De verdediging voerde verontschuldigbare termijnoverschrijding aan, onder meer door een vermeend opgewekt vertrouwen door mededeling van het Openbaar Ministerie en een psychische stoornis van verdachte.
Het hof oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding rechtvaardigden. Het opgewekte vertrouwen door onjuiste informatie van het OM leidt niet tot ontvankelijkheid. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de verdachte door een psychische stoornis niet tijdig hoger beroep kon instellen. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De politierechter had verdachte bij verstek veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf en schadevergoeding aan één benadeelde toegekend. Het hof bevestigde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en liet het vonnis van de politierechter in stand.