ECLI:NL:GHSHE:2024:1372
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis ter uitvoering onherroepelijke gevangenisstraf
Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 69 maanden, waartegen hoger beroep is ingesteld. Daarnaast is verdachte in een andere strafzaak onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan nog 26 maanden en 28 dagen moeten worden uitgezeten. Namens verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis om de onherroepelijke straf te kunnen ondergaan.
Eerder werd een dergelijk verzoek afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, met name het ontbreken van een verklaring van het AICE, onderdeel van het CJIB, dat verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Inmiddels is correspondentie met het AICE overgelegd waaruit blijkt dat het CJIB de beslissing van het hof volgt en de openstaande zaken zal executeren, maar geen garanties kan geven over verlof of strafonderbrekingen.
Het Openbaar Ministerie stemt nu in met het verzoek tot schorsing omdat er geen zwaarwegende slachtoffer- of maatschappelijke belangen zijn die dit in de weg staan. Het hof overweegt dat het uitzitten van de onherroepelijke straf de voorkeur verdient boven voorlopige hechtenis, mede omdat het regime voor de uitvoering van de straf doorgaans soepeler is.
Het hof wijst het verzoek toe en schorst de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang tot het einde van de strafuitvoering of totdat verdachte in aanmerking komt voor verlof, strafonderbreking of om andere redenen wordt vrijgelaten. De voorlopige hechtenis herleeft bij het intreden van verlof of strafonderbreking. Aan de schorsing worden algemene voorwaarden verbonden.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt toegewezen zodat verdachte de onherroepelijke straf kan uitzitten onder een soepeler regime.