Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
BESLISSING
mr. M. van der Horst, voorzitter,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de politierechter bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een contant geldbedrag van 32.100 euro. De politierechter legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar op, alsmede een taakstraf van 120 uur.
De verdachte voerde aan dat het geld afkomstig was van erfenis en pleeggeldvergoedingen van zijn opa, ondersteund door bankafschriften en verklaringen van familieleden. Het hof oordeelde echter dat deze verklaringen niet concreet, verifieerbaar en aannemelijk waren en dat het geld vermoedelijk uit enig misdrijf afkomstig was.
Het hof paste het toetsingskader toe waarbij het Openbaar Ministerie een vermoeden van criminele herkomst moest onderbouwen en de verdachte een geloofwaardige verklaring moest geven. Het ontbreken van een sluitende verklaring en het ontbreken van bewijs voor een legale herkomst leidde tot bevestiging van de bewezenverklaring en veroordeling.
Het hof corrigeerde een kennelijke verschrijving in het vonnis en schrapte een zin over LOVS-oriëntatiepunten in de strafmaatoverweging. Het inbeslaggenomen bedrag werd bevestigd op 32.100 euro. De raadsman van verdachte had vrijspraak bepleit, maar het hof verwierp dit verweer.
De uitspraak werd op 5 maart 2024 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij de veroordeling voor witwassen werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor witwassen van 32.100 euro contant geld.