ECLI:NL:GHSHE:2024:138

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 januari 2024
Publicatiedatum
23 januari 2024
Zaaknummer
200.301.759_02
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake defecte motor tweedehands auto en benoeming nieuwe deskundige

In deze civiele procedure in hoger beroep staat een geschil centraal over de conformiteit van een tweedehands auto met een defecte motor. Het hof heeft eerder een deskundige benoemd, die zich wegens een belangenconflict heeft teruggetrokken. Pogingen om een vervangende deskundige te vinden liepen moeizaam.

Op 15 januari 2024 heeft een expert van Experda B.V. zich bereid verklaard de benoeming te aanvaarden, met een offerte van ruim €4.000 inclusief btw. Het hof is voornemens deze deskundige te benoemen en de kosten voorlopig ten laste van de appellant te brengen.

Het hof wijst op de aanzienlijke vertraging in de procedure door het terugtreden van de eerste deskundige en het doorhalen van de procedure door partijen. Het deskundigenonderzoek zal naar verwachting minimaal drie maanden duren, waarna nog memorie-uitwisseling en een arrest volgen, waardoor een uitspraak niet voor het najaar van 2024 te verwachten is.

Gezien de hoge kosten van het deskundigenonderzoek ten opzichte van de vordering, nodigt het hof partijen uit te onderzoeken of zij tot een onderlinge regeling kunnen komen. Het hof biedt aan dit onderzoek te faciliteren indien partijen hier prijs op stellen en een reële kans op succes zien.

De zaak wordt verwezen naar de rol van 6 februari 2024 voor partijen om zich uit te laten over een mogelijke mondelinge behandeling en het al dan niet wensen van een nadere behandeling. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof benoemt een nieuwe deskundige en nodigt partijen uit tot onderzoek naar een onderlinge regeling om verdere vertraging en kosten te voorkomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.301.759/02
arrest van 23 januari 2024
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. L.J.L. Heukels te Overveen,
tegen

1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. H.S. Memelink te Zevenbergen.
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 29 augustus 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer 8903050 CV EXPL 20-4314 gewezen vonnis van 23 juni 2021.

5.Het verloop van de procedure

5.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenarrest van 29 augustus 2023.

6.Het benoemen van een nieuwe deskundige

6.1.
Het hof heeft in het arrest van 29 augustus 2023 een deskundige benoemd. Na benoeming heeft de deskundige, die voorafgaand aan de benoeming desgevraagd aan het hof had laten weten die benoeming te willen aanvaarden en daartoe vrij te staan, alsnog aan het hof laten weten de benoeming vanwege een belangenconflict niet te aanvaarden. Het hof heeft vervolgens verschillende andere deskundigen benaderd, die om uiteenlopende redenen niet bereid of in staat bleken om een benoeming te aanvaarden. Het hof heeft partijen van die pogingen schriftelijk op de hoogte gehouden.
6.2.
Op 15 januari 2024 heeft de door het hof aangezochte expert [de expert 1] van Experda B.V. te [plaats] schriftelijk aan het hof bericht een benoeming als deskundige te willen aanvaarden. Hij heeft daartoe een offerte uitgebracht, inhoudende een tijdsbesteding van 24 uur à € 134,00 exclusief btw, vermeerderd met € 125,00 exclusief btw voor het gebruik van uitleesapparatuur, derhalve in totaal € 4.042,61 inclusief btw.
6.3.
Het hof is voornemens om [de expert 1] als deskundige te benoemen ter beantwoording van de in rov. 3.8.11. van het tussenarrest van 29 augustus 2023 opgenomen vragen. Het hof zal de kosten van de deskundige voorshands ten laste van Vrijling brengen en het voorschot op de kosten dan nader bepalen op € 4.042,61 inclusief btw. Vrijling dient dat voorschot dan binnen twee weken na ontvangst van de nota met betaalinstructies te voldoen.
6.4.1.
Alvorens tot benoeming van de deskundige over te gaan geeft het hof partijen het volgende in overweging. De procedure in hoger beroep heeft aanzienlijke vertraging opgelopen, niet alleen doordat de benoemde deskundige zich heeft teruggetrokken en het hof slechts met moeite een andere deskundige bereid heeft weten te vinden, maar ook omdat partijen de procedure tussentijds hebben doorgehaald, waarna deze opnieuw op de rol is geplaatst. Met het verkrijgen van een deskundigenbericht zal een periode van naar schatting tenminste drie maanden na benoeming van de nieuwe deskundige zijn gemoeid, waarna partijen een memorie na deskundigenbericht mogen nemen. Een arrest van het hof volgt dan in beginsel tien weken na de laatste memorie. Een beslissing op het geschil is dus niet eerder dan in het najaar van 2024 te verwachten. Daar komt bij dat de kosten van de deskundige in verhouding tot de vordering van Vrijling hoog zijn. De partij die in het ongelijk zal worden gesteld en in de proceskosten zal worden veroordeeld, zal dus voor in verhouding tot het belang van de zaak aanzienlijke proceskosten komen te staan.
6.4.2.
Het hof houdt er rekening mee dat partijen de met het deskundigenbericht gemoeide kosten zouden willen vermijden en er de voorkeur aan geven te onderzoeken of zij alsnog zouden kunnen komen tot een onderlinge regeling. Partijen kunnen dat onderzoek onderling verrichten, maar als partijen daarop prijs stellen en daarin meerwaarde zien, is het hof ook bereid een dergelijk onderzoek te faciliteren, mits partijen de reële verwachting hebben dat een zodanig onderzoek ten overstaan van het hof kans van slagen heeft. Mochten partijen inderdaad de voorkeur geven aan het hiervoor bedoelde onderzoek ter zitting, verzoekt het hof partijen dit ter rolle twee weken na het wijzen van dit arrest kenbaar te maken, met opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 6 tot 12 weken na de datum van dit arrest. In dat geval zal het aangekondigde deskundigenonderzoek vooralsnog achterwege blijven.
6.5.
De zaak zal naar de rol van 6 februari 2024 worden verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen teneinde zich uit te laten over de vraag of zij een nadere mondelinge behandeling wensen. Indien
beidepartijen op die datum meedelen géén prijs te stellen op een mondelinge behandeling zal het hof de deskundige benoemen zoals hiervoor in rov. 6.3. overwogen.
6.6.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

7.De uitspraak

Het hof:
7.1.
verwijst de zaak naar de rol van 6 februari 2024 voor akte uitlating partijen zoals in rov 6.4.2. weergegeven;
7.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, Z.D. van Heesen-Laclé en M. van der Schoor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2024.
griffier rolraadsheer