ECLI:NL:GHSHE:2024:1435
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A. Verhoeven
- J.T.F.M. van Krieken
- F. van Es
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in zaak opiumwet
De verdachte was door de politierechter veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet en kreeg een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en stelde vast dat het vonnis van de politierechter op 14 april 2023 aan de verdachte was betekend. Hoewel de verdediging stelde dat de verdachte pas op 25 juli 2023 op de hoogte was, concludeerde het hof dat de akte van uitreiking was ondertekend door de verdachte en dat de kennisgeving op 14 april 2023 als ontvangen moest worden beschouwd.
Volgens artikel 408, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet hoger beroep binnen veertien dagen na betekening worden ingesteld. Het hoger beroep werd echter pas op 8 augustus 2023 ingediend, ruim na het verstrijken van deze termijn. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 18 januari 2024. De beslissing betekent dat het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft en dat het hoger beroep niet tot inhoudelijke behandeling komt.
Uitkomst: Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.