ECLI:NL:GHSHE:2024:1443
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanvullende partneralimentatie na wegvallen arbeidsinkomen vrouw
Partijen zijn gescheiden en hebben vier minderjarige kinderen. De vrouw ontving partneralimentatie die in eerdere procedures was vastgesteld, maar bij beschikking van augustus 2022 werd de alimentatie per 1 april 2022 vastgesteld op nihil. De vrouw verloor per 1 januari 2023 haar arbeidsinkomen, wat een wijziging van omstandigheden vormde.
De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van mei 2023 waarin de alimentatie was vastgesteld op €1.995,- per maand. Hij verzocht om vaststelling van een lagere aanvullende behoefte van de vrouw. Het hof stelde vast dat het arbeidsinkomen van de vrouw was weggevallen en dat haar huwelijksgerelateerde behoefte in 2023 €2.725,- netto bedroeg.
De aanvullende behoefte werd berekend op basis van het inkomen uit uitkeringen en dividend. Het hof oordeelde dat het inkomen uit dividend wel meetelde voor de behoefte in 2023, maar dat de vrouw geen aanvullende behoefte had vanwege dividendinkomsten. Vanaf 1 januari 2024 verviel het dividendinkomen, waarna de aanvullende behoefte werd vastgesteld op €1.249,97 bruto per maand.
Het hof vernietigde de beschikking van mei 2023 en wijzigde de beschikking van augustus 2022, waarbij de alimentatie per 1 januari 2023 op nihil werd gesteld en per 1 januari 2024 op €1.249,97. Tevens werd bepaald dat de vrouw eventueel teveel ontvangen alimentatie moet terugbetalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op nihil per 1 januari 2023 en €1.249,97 bruto per maand vanaf 1 januari 2024.