ECLI:NL:GHSHE:2024:1449

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 april 2024
Publicatiedatum
25 april 2024
Zaaknummer
200.334.661_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep familierechtelijke zaak

In deze zaak stond het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Limburg centraal, betreffende een minderjarige geboren in 2017. De vader heeft zijn hoger beroep ingetrokken bij e-mail van 20 maart 2024, waarop de moeder bij V8-formulier van 21 maart 2024 instemde met deze intrekking. Hierdoor vond de geplande mondelinge behandeling bij het hof geen doorgang.

Het hof oordeelde dat de vader niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot hoger beroep, aangezien hij de grieven niet handhaafde. Gezien de aard van de procedure besloot het hof de proceskosten in hoger beroep te compenseren, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De beslissing werd uitgesproken op 25 april 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, team familie- en jeugdrecht. De beschikking betreft een civielrechtelijke procedure binnen het personen- en familierecht, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming als belanghebbende betrokken was.

Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 25 april 2024
Zaaknummer: 200.334.661/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/290143 FA RK 21-1137
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader],
wonende te [woonplaats] (België),
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. J. Jansen,
tegen
[de moeder],
wonende op een bij het hof bekend adres,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de raad.
In het kort:
Deze zaak gaat over de minderjarige:[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats].

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 11 augustus 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
2.2.
Bij e-mailbericht van 20 maart 2024 heeft (de advocaat van) de vader het hoger beroep ingetrokken.
2.3.
Bij V8-formulier van 21 maart 2024 heeft (de advocaat van) de moeder laten weten met de intrekking in te stemmen.
2.4.
Gelet hierop heeft de mondelinge behandeling die bij het hof gepland stond geen doorgang gevonden.

3.De beoordeling

3.1.
Het hof maakt uit voormeld bericht van de vader op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat vader niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
3.2.
Het hof zal, gelet op de aard van de procedure, de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, J.C.E. Ackermans-Wijn en F. Dunki Jacobs en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.