De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor afpersing gepleegd door twee of meer personen en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie met een vuurwapen van categorie III. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring van beide feiten, waarbij de afpersing plaatsvond in het chalet van de verdachte en gepaard ging met dreiging met een alarmpistool. De verdachte en medeverdachte dwongen de benadeelde tot het afgeven van inlogcodes en het overmaken en pinnen van aanzienlijke geldbedragen. De psychische impact op het slachtoffer was groot.
Het hof wijzigt de strafoplegging en legt een gevangenisstraf op van 18 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest van 98 dagen. Het hof ziet geen meerwaarde in bijzondere voorwaarden gezien de positieve ontwikkeling van de verdachte. De overige onderdelen van het vonnis blijven ongewijzigd.