Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 2 onder Pro A en B van de Opiumwet gegeven verboden, meermalen gepleegd’ (feit 1);
- ‘het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 3 onder Pro A en B van de Opiumwet gegeven verboden, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd’ (feit 2);
- ‘het medeplegen van eenvoudig witwassen’ (feit 3);
- ‘het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ (feit 4);
- ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde of vijfde lid of artikel 11, derde, vierde of vijfde lid van de Opiumwet’ (feit 6) en
- ‘handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 7),
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 20 december 2019 in/vanuit de provincie Limburg en/of in/vanuit de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk buiten/binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 20 december 2019 in/vanuit de provincie Limburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of verwerkt, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of wiet, zijnde hennep en/of wiet (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 28 januari 2020 in de gemeente Landgraaf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere voorwerp(en), te weten een geldbedrag van (ongeveer) € 41.590,00, althans een groot geldbedrag heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovenomschreven voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig, althans eigen, misdrijf;
hij op of omstreeks 20 december 2019 in de gemeente Landgraaf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 18,698 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 20 december 2019 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven), als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11 derde Pro, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk:
hij op of omstreeks 20 december 2019 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
hij in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 20 december 2019 in de provincie Limburg meermalen heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 20 december 2019 in de gemeente Kerkrade een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden;
onttrekking aan het verkeervan de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: