De zaak betreft het verzoek tot opheffing van het bewind dat in 2015 was ingesteld vanwege impulsief koopgedrag en onvermogen om financiële belangen te behartigen. De rechthebbende heeft sindsdien een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waaronder het afronden van een MBO-opleiding, het volgen van een zelfredzaamheidstraject en het zelfstandig kunnen betalen van rekeningen.
De kantonrechter had het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen, waarna de rechthebbende hoger beroep instelde. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de bewindvoerder aan dat het contact goed verloopt en dat de rechthebbende geen impulsaankopen meer doet. Het zelfredzaamheidstraject wordt naar verwachting binnen drie maanden afgerond.
Het hof oordeelt dat de noodzaak voor het bewind niet langer bestaat en dat de rechthebbende op korte termijn haar vermogensrechtelijke belangen zelf kan behartigen. Het bewind wordt daarom met ingang van 1 juli 2024 opgeheven. Tevens wordt bepaald dat de bewindvoerder binnen twee maanden na opheffing een eindrekening en verantwoording moet afleggen.