Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,2. [appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9465657 / CV EXPL 21-4574)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep een productie;
- de door [appellanten] genomen memorie van grieven, tevens inhoudende een vermindering van eis, met een productie;
- de door Heemwonen genomen memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- a. Met ingang van 24 mei 2005 huren [appellanten] van Heemwonen de woning aan de [adres] te [plaats] . Volgens het hierna te noemen voorlopig deskundigenbericht betreft het een tussenwoning die in de jaren ’60 is gebouwd.
- b. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. In die algemene voorwaarden staat onder meer het volgende:
- c. De woning beschikt over een aanbouw die omstreeks 2000/2001 (volgens het voorlopig deskundigenbericht), althans tussen 1995 en 2002 (volgens het hierna te noemen expertiserapport van Crawford) is gebouwd. De aanbouw maakt onderdeel uit van het gehuurde.
- d. Eind 2018 hebben [appellanten] de laminaatvloer op de begane grond van de woning laten vervangen door een grindvloer.
- e. In of omstreeks maart 2019 is de grindvloer bij de overgang van de hoofdbouw naar de aanbouw deels losgekomen van de ondergrond en enigszins gaan “golven”. [appellanten] hebben daarover contact gehad met Heemwonen. Naar aanleiding daarvan heeft Heemwonen bij brief van 16 april 2019 het volgende aan [appellanten] meegedeeld:
De vloer in de woning is door u zelf aangebracht en valt onder het zogenoemde huurdersbelang. Dit valt daarmee onder uw inboedelverzekering, tenzij de schade verwijtbaar is aan HEEMwonen;
Van een gebrek of verwijtbaar handelen door HEEMwonen is niets gebleken;
Uw inboedelverzekering stelt dat de veronderstelde oorzaak van de gemelde schade niet onder de dekking van de betreffende polis valt. Waarom zij dit stellen, kunnen wij niet beoordelen daar wij hun specifieke voorwaarden niet kennen.
volgt dat deze aanbouw
is gerealiseerd. (…)
- g. De verzekeraar van Heemwonen heeft vervolgens geweigerd de schade te vergoeden.
- h. Bij brief van 30 augustus 2019 heeft Crawford onder meer het volgende meegedeeld aan de verzekeraar van Heemwonen:
- i. [appellanten] hebben Heemwonen op 2 oktober 2019 in kort geding voor de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gedagvaard en gevorderd, kort gezegd, veroordeling van Heemwonen tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan het gehuurde en tot vergoeding van schade aan onder meer de grindvloer, althans machtiging van [appellanten] om het herstel op kosten van Heemwonen te laten uitvoeren. Heemwonen heeft in die kortgedingprocedure verweer gevoerd. De kantonrechter, rechtdoende als voorzieningenrechter, heeft de vorderingen van [appellanten] vervolgens afgewezen bij kortgedingvonnis van 23 oktober 2019 (zaaknummer: 8075826 CV EXPL 19-6568).
- j. [appellanten] hebben een “Rapport van onderzoek” van 25 november 2019 overgelegd, dat door [persoon C] van de Dienst van de Huurcommissie is opgesteld ten behoeve van de Huurcommissie. In dit rapport staat onder meer het volgende:
- k. [appellanten] hebben bij de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, een verzoek van 25 juni 2020 ingediend tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. Heemwonen heeft ook in die procedure verweer gevoerd. De kantonrechter heeft vervolgens bij beschikking van 20 november 2020 (zaaknummer: 8619245 OV VERZ 20-52) een voorlopig deskundigenbericht bevolen naar de in die beschikking genoemde vragen. De kantonrechter heeft bij daaropvolgende beschikking van 15 december 2020 [persoon D] (hierna: [persoon D] ) van [zzz] Bouwadviseurs B.V. tot deskundige benoemd.
- l. [persoon D] heeft een definitief rapport van 16 april 2021 ingediend. In dat rapport staat als antwoord op vraag 1 (naar het verzakkingsproces in de aanbouw) onder meer het volgende:
- m. Bij brief van 1 juni 2021 heeft de toenmalig advocaat van [appellanten] aan Heemwonen verzocht om, kort gezegd, aansprakelijkheid te erkennen, door [appellanten] gemaakte kosten te vergoeden en herstelwerkzaamheden te verrichten.
- n. Bij brief van 8 juni 2021 heeft de advocaat van Heemwonen meegedeeld, kort gezegd, dat Heemwonen niet aansprakelijk is voor de schade aan de grindvloer en voor de door [appellanten] gestelde kosten, dat Heemwonen bereid is om chemische ankers aan te brengen en dat Heemwonen bereid is om het stucwerk te laten herstellen in de hoeken waar de aanbouw aan de hoofdbouw grenst.
- I. een verklaring voor recht dat Heemwonen in gebreke is gebleven door het niet (doen) herstellen van de geconstateerde gebreken conform het rapport van de deskundige van 16 april 2021;
- II. veroordeling van Heemwonen om medewerking te verlenen aan het herstel van de geconstateerde gebreken conform het deskundigenrapport van 16 april 2021, althans om onverwijld opdracht te geven aan derden om de vastgestelde gebreken te herstellen en herstelmaatregelen uit te voeren;
- III. veroordeling van Heemwonen tot betaling van € 14.629,47, vermeerderd met wettelijke rente;
- De aanbouw van de woning is volgens de deskundige door een constructiefout in beperkte mate verzakt ten opzichte van het hoofdgebouw, waardoor minimale schades zijn ontstaan. Dat [appellanten] door de verzakking een beperkt woongenot ervaren, is niet komen vast te staan. De verzakking levert daarom geen gebrek op in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro (rov. 2.6).
- De scheurvorming in de grindvloer die [appellanten] hebben laten aanleggen, is geen gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro omdat [appellanten] bij het aanleggen van die vloer ten onrechte geen dilatatieprofiel hebben laten aanbrengen in de vloer op de grens tussen de aanbouw en het hoofdgebouw (rov. 2.7, eerste deel).
- De beschadigingen die aan de grindvloer zijn ontstaan door destructief onderzoek naar de oorzaak van de scheurvorming, zijn geen gebrek omdat de scheurvorming is ontstaan doordat [appellanten] geen dilatatieprofiel hebben laten aanbrengen in de vloer (rov. 2.7, tweede deel).
- Omdat de schade aan de grindvloer niet door een fout van Heemwonen is veroorzaakt, kan in het midden blijven of [appellanten] een beperkt woongenot ervaren door die schade en of zij toestemming van Heemwonen hadden voor het laten leggen van de vloer (rov. 2.8).
- De door de deskundige geconstateerde verticale scheurvorming in de hoeken van de aansluiting van het hoofdgebouw met de aanbouw is esthetisch van aard en minimaal. Daarom kan niet worden vastgesteld dat op dit punt sprake is van een beperking van woongenot en van een gebrek (rov. 2.9).
- De schuifpui sluit volgens de deskundige niet goed aan. Dit betreft een esthetisch probleem. Er kan niet worden vastgesteld dat op dit punt sprake is van een beperking van woongenot en van een gebrek (rov. 2.10).
- Op grond van het voorgaande is de conclusie dat Heemwonen niet aansprakelijk is voor de schades die in het deskundigenrapport van 21 april 2021 zijn geconstateerd. De vorderingen van [appellanten] moeten dus worden afgewezen (rov. 2.11).
- Kosten herstel grindvloer: € 6.116,32
- Kosten Ing. [persoon E] € 211,75
- Griffierecht verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht € 83,00
- Kosten deskundige € 3.100,00
- I. een verklaring voor recht dat Heemwonen in gebreke is gebleven door het niet (doen) herstellen van de geconstateerde gebreken conform het rapport van de deskundige van 16 april 2021;
- II. veroordeling van Heemwonen om medewerking te verlenen aan het herstel van de geconstateerde gebreken conform het deskundigenrapport van 16 april 2021, althans om onverwijld opdracht te geven aan derden om de vastgestelde gebreken te herstellen en herstelmaatregelen uit te voeren;
- III. veroordeling van Heemwonen tot betaling van een schadevergoeding van € 9.511,07, bestaande uit de volgende posten (letteraanduiding door hof toegevoegd):
- a. Kosten herstel grindvloer: € 6.116,32;
- b. Kosten Ing. [persoon E] € 211,75;
- c. Griffierecht verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht € 83,00;
- d. Kosten deskundige € 3.100,00;
- e. (forfaitaire) proceskostenvergoeding in verband met andere procedures.
- a. het koppelen van de kelderwand met de fundering van de aanbouw door middel van het aanbrengen van chemische ankers;
- b. het aanbrengen van dilatatiehoekprofielen ter plaatse van de verticale scheurvorming in de hoeken van de aansluiting hoofdbouw/aanbouw.
- dat zij al opdracht tot het aanbrengen van de chemische ankers conform de aanbeveling van de deskundige heeft gegeven aan haar aannemer;
- dat de chemische ankers op een zo kort mogelijke termijn zullen worden aangebracht zodra de benodigde materialen door de aannemer zijn ontvangen;
- dat zij conform de aanbeveling van de deskundige dilatatiehoekprofielen zal laten aanbrengen;
- dat zij de opdracht tot het aanbrengen van de dilatatiehoekprofielen al heeft gegeven aan haar aannemer;
- dat de aannemer de benodigde materialen nog niet heeft ontvangen;
- dat de aannemer de hoekprofielen kort na ontvangst van de materialen zal aanbrengen;
- Griffierechten € 2.135,--
- Salaris advocaat € 1.214,-- (1 punt x tarief II)
- Nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de