Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
.
- het V8-formulier met bijlagen d.d. 11 april 2024 van de zijde van de moeder;
- het e-mailbericht met bijlagen d.d. 13 april 2024 van de zijde van de moeder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is door de rechtbank Limburg een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verleend, waarbij de minderjarige in een netwerkpleeggezin bij de grootmoeder is geplaatst. De moeder is tegen deze machtiging in hoger beroep gekomen en betwist onder meer de noodzaak van de uithuisplaatsing en de omstandigheden van de plaatsing.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht. De moeder voert aan dat de uithuisplaatsing onterecht is, dat er geen sprake is van een onhygiënische woning en dat zij bereid is hulp te accepteren. De raad en de vader benadrukken echter de ernstige zorgen over de verzorging en opvoeding van de minderjarige bij de moeder, waaronder schoolverzuim, hygiëne, en het niet nakomen van hulpafspraken.
Het hof overweegt dat de wettelijke criteria van artikel 1:265b BW zijn vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. Ondanks de inzet van hulpverlening door de moeder, ontbreekt erkenning van de problematiek en is onvoldoende zicht op haar opvoedvaardigheden. De uithuisplaatsing wordt daarom bekrachtigd. Het hof benadrukt dat de moeder de komende maanden moet laten zien dat zij actief hulp zoekt en accepteert.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij grootmoeder en wijst het beroep van de moeder af.