ECLI:NL:GHSHE:2024:1676
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onjuiste F-verklaring
Appellant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een aanzienlijke schuldenlast bij meerdere crediteuren. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant zich niet te goeder trouw had gedragen in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, mede door het niet nakomen van betalingsafspraken en onvoldoende inspanningen om schulden te voldoen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij herhaaldelijk pogingen had gedaan tot schuldregeling, dat zijn betalingsverplichtingen waren gebaseerd op contracten die nog niet tot inkomsten hadden geleid, en dat hij geen verwijt kon worden gemaakt voor het ontstaan en onbetaald laten van schulden. Het hof oordeelde echter dat de F-verklaring, een vereiste verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldregeling, onjuist en onvoldoende onderbouwd was. Zo was onjuist verklaard dat geen dwangakkoord was opgelegd, terwijl dit wel het geval was.
Daarnaast constateerde het hof dat de crediteurenlijst onvoldoende controleerbaar was, dat de financiële gegevens niet klopten, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest en de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen. Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek en bekrachtigde het het vonnis van de rechtbank.
Het arrest benadrukt het belang van een juiste en onderbouwde F-verklaring en een gedegen financiële onderbouwing bij verzoeken tot toelating tot de WSNP, alsmede de gedragsnormen die gelden om misbruik van de regeling te voorkomen.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.