Deze zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de afwijzing van haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met haar twee minderjarige kinderen, die onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI).
De kinderen zijn uit huis geplaatst en verblijven in een gezinshuis. De moeder had aanvankelijk wekelijks begeleide omgang van drie uur, welke door de GI teruggebracht is naar eens per acht weken twee uur op het kantoor van de GI. De moeder heeft haar leven positief veranderd en wenst uitbreiding van het contact, terwijl de GI en de raad zorgen uiten over het gedrag en de hechtingsproblematiek van de kinderen.
Het hof oordeelt dat het belang van de kinderen vraagt om vasthouden aan de huidige frequentie vanwege hun problematiek, maar acht een uitbreiding van de duur van de omgangsmomenten en extra jaarlijkse dagdelen passend. Ook adviseert het hof het hervatten van belcontacten. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en een nieuwe omgangsregeling vastgesteld.