In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor mensensmokkel, gepleegd in de periode van 16 tot en met 25 augustus 2018 in Yerseke en Colijnsplaat. Verdachte was behulpzaam bij het verschaffen van toegang en doorreis aan acht personen met de Albanese nationaliteit, met het doel deze personen met een boot naar Groot-Brittannië te vervoeren.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd, maar de kwalificatie van het bewezenverklaarde verbeterd gelezen. De bewezenverklaring is eveneens aangepast om de juiste wettelijke grondslag te weerspiegelen. De verdediging was op de hoogte van het verwijt en is niet in haar verdediging geschaad.
De strafmotivering is aangevuld waarbij het hof oordeelt dat gezien de ernst van het feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. Het hof wijst het verzoek van de verdediging voor een voorwaardelijke straf af.
De beslissing is gebaseerd op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, dat betrekking heeft op mensensmokkel. Het hof vernietigt het vonnis voor wat betreft de kwalificatie en doet in zoverre opnieuw recht, terwijl het overige vonnis wordt bevestigd.