Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Vereniging van Eigenaars [VvE 1] te [vestigingsplaats] ,
Vereniging van Eigenaars [VvE 2] te [vestigingsplaats],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de aanvullende producties (nr. 17 t/m 19) ingediend bij V6-formulier door mr. Nijmeijer, ingekomen ter griffie van dit hof op 15 maart 2024;
- de op verzoek van het hof ingediende aanvullende stukken namens de VvE – waaronder het “Huishoudelijk reglement van Vereniging van Eigenaars [VvE 1] te [vestigingsplaats] ” –, ingekomen ter griffie van dit hof op 8 mei 2024 en
- de ter zitting in hoger beroep door mr. Nijmeijer overgelegde en voorgelezen spreekaantekeningen.
- [appellant] , bijgestaan door mr. Nijmeijer en
- de heer [secretaris] (secretaris) namens de VvE, bijgestaan door mr. Smout.
3.De beoordeling
alleende
lamellenzonwering – die al tijdens de bouw een optie was – op de dakterrassen volgens de op 15 juli 2019 verleende bouwvergunning is toegestaan.
“Omdat deze zonwering al tijdens de bouw een optie was, hoeft de vergadering hier geen toestemming meer voor te verlenen.”kan naar het oordeel van het hof niet los van de overige tekst worden bezien
.
dezezonwering die al tijdens de bouw een optie was geen toestemming meer hoeft te verlenen en dat in het nog op te stellen huishoudelijk reglement zal worden vastgesteld dat de
lamellenzonwering op de dakterrassen volgens de op 15 juli 2019 verleende bouwvergunning is toegestaan om uniformiteit te waarborgen. Het gaat dus om de zonwering waarvoor een bouwvergunning door de gemeente is verleend. Daarbij komt dat volgens de notulen de vergunning als bijlage met de agenda is meegestuurd. Ook uit de vergunning blijkt dat de bewoners kunnen kiezen uit twee types zonwering, namelijk zonwering screens (‘tegen de kozijnen gemonteerd’) of zonwering
lamellendak. Ter zitting in hoger beroep heeft [appellant] aangegeven dat hij niet meer weet of de vergunning bij de agenda zat. [appellant] heeft het ook niet betwist. Hoewel [appellant] stelt de tekst van de notulen anders te hebben begrepen en dat hij er oprecht van overtuigd was geen toestemming nodig te hebben voor de door hem geplaatste zonwering, is het hof van oordeel dat [appellant] , die op de vergadering aanwezig was, had moeten begrijpen dat in de vergadering van 11 februari 2020 is gekozen voor uniformiteit door het toestaan van (uitsluitend) een lamellen zonwering zoals vermeld in de vergunning en niet voor een zonwering met een glazen dak. Of de glazen zonwering van [appellant] tijdens de bouw wel of niet is besproken als mogelijke optie/variant, is daarom niet van belang.
Het besluit van 11 februari 2020 is niet vernietigd, er is niet gebleken of gesteld dat het besluit nietig is en daarmee staat vast dat dit besluit onherroepelijk is. Omdat [appellant] niet een zonwering met lamellen heeft aangebracht, maar een constructie met glazen dak, heeft [appellant] dus toestemming nodig van de VvE gezien artikel 22.2 van de ondersplitsingsakte.
4.De beslissing
Als [appellant] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en deze beschikking daarna wordt betekend, dan moet [appellant] € 92,= extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;