De vader voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan.
De ouders hebben met behulp van een mediator een ouderschapsplan opgesteld. Het is uitgangspunt is destijds geweest om, vanaf het moment dat beide kinderen naar de basisschool zouden gaan, te bezien of co-ouderschap mogelijk was. De zorgregeling is altijd afgestemd geweest op de werkzaamheden van de moeder als stewardess bij [vliegtuigmaatschappij]. In de praktijk verbleven de kinderen vier nachten per veertien dagen bij de vader. De vader was niet op de hoogte van de plannen van de moeder om met de kinderen naar [woonplaats van moeder] te gaan. De vader heeft zich flexibel opgesteld en is ten behoeve van de moeder en de kinderen actief op zoek gegaan naar woonhuizen in [woonplaats van vader]. Hij betwist dat er slechts sprake is van een inspanningsverplichting en dat de moeder daaraan heeft voldaan. De moeder heeft slechts een urgentieverklaring aangevraagd en op enkele sociale huurwoningen gereageerd. De vader heeft nooit toestemming gegeven voor een definitieve verhuizing van de moeder naar [woonplaats van moeder]. Dit blijkt ook niet uit de acties van de vader nadien. De moeder heeft aangegeven dat zij in [woonplaats van moeder] vakantie ging houden voor circa vier tot zes weken.
De moeder stelt allerlei voorwaarden waaraan een woning moet voldoen en staat enkel ingeschreven voor sociale huurwoningen. Van haar mag worden verwacht dat zij haar vermogen (uit de verkoop van de echtelijke woning) aanwendt om (tijdelijk) in andere woonruimte te voorzien. De moeder heeft geen vrijbrief om overal in Nederland zonder enig overleg met de vader te gaan wonen en de vader voor een voldongen feit te plaatsen.
Zij heeft voldoende opties gehad om een woning in [woonplaats van vader] te bemachtigen. De vader heeft ook aangegeven garant te willen staan in het kader van een eventuele inkomenseis.
De moeder heeft de afgelopen tijd op allerlei woningen gereageerd, maar dit lijkt te zijn ingegeven door het hoger beroep. Bovendien reageert ze op woningen waarvan ze weet dat ze daarvoor niet in aanmerking komt en zijn sommige reacties dubbel overgelegd. De moeder maakt bepaalde keuzes, die haar beperken. Dit dient voor haar rekening en risico te komen.
Het is niet in het belang van de kinderen dat zij op een afstand van ruim tweehonderd kilometer van hun vader wonen. Partijen hebben samen afspraken gemaakt over een rolverdeling. De vader is de avonden en weekenden altijd beschikbaar geweest. De kinderen hebben hem net zo hard nodig als de moeder en de vader wil graag een grote rol spelen in het leven van de kinderen. Hij heeft nog altijd de wens dat de zorgregeling wordt uitgebreid naar een co-ouderschapsregeling. Wanneer [minderjarige 1] in [woonplaats van moeder] naar school gaat, kunnen de kinderen niet meer doordeweeks bij de vader verblijven. Een extra contactmoment, waarbij de vader de kinderen naar school brengt of ophaalt, is ook niet meer mogelijk, terwijl de ouders hierover tijdens mediation wel hebben gesproken. De ouders zouden flexibel met de regeling omgaan. De vader heeft in zijn functie veel vrijheid en hij kan veel tijd vrijmaken als de kinderen bij hem verblijven. Hij kan ook vanuit huis werken.
Van voldoende compensatie door de moeder is geen sprake en de voorstellen van de moeder zijn allesbehalve realistisch. Er kan enkel nog sprake zijn van een weekendregeling, waarbij de kinderen op zondag al vroeg zullen moeten terugreizen. Naarmate de kinderen ouder worden zullen zij niet meer om het weekend en iedere vakantie de reis van ruim vierhonderd kilometer in totaal willen afleggen. Hun leven zal zich meer gaan afspelen in hun nieuwe woonplaats. De vader kan niet bij de school of hobby’s van de kinderen betrokken zijn en zal de vriendjes en klasgenoten niet leren kennen. De moeder miskent deze gevolgen. Het enige dat de moeder aan [woonplaats van moeder] bindt is haar nieuwe partner. Van de vader kan niet worden verwacht dat hij naar [woonplaats van moeder] verhuist. Hij heeft zijn baan, familie en netwerk in (omgeving) [woonplaats van vader] en de kinderen hebben hier hun roots. De moeder laat haar persoonlijke belang zwaarder wegen dan het belang van de vader en de kinderen bij een goede band. Zij ziet maar één toekomstperspectief en dat is een verhuizing naar [woonplaats van moeder]. De beslissing van de rechtbank heeft onvoldoende gezag gehad. De moeder doet alsof zij de beschikking naleeft en bij haar moeder (oma mz) verblijft, maar met ingang van 11 november 2023 verblijft de moeder met de kinderen weer in [woonplaats van moeder]. Er is bovendien discussie of [woonplaats van oma mz] binnen de parameters valt qua afstand en reistijd. Er is meer nodig dan een financiële prikkel. Voor wat betreft het schorsingsverzoek voert de vader aan dat de moeder zelf om de uitvoerbaar bij voorraadverklaring heeft verzocht.
[minderjarige 1] is op [geboortedatum] 2023 vier jaar geworden en had net als ieder ander kind naar school kunnen gaan. In januari 2024 zal er een nieuw klas worden gevormd. [minderjarige 2] kan dan de plek op de peuterspeelzaal van [minderjarige 1] overnemen. De vader kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de moeder bewust haar terugverhuizing en de schoolgang aan het rekken is, vanuit haar eigen belang om in [woonplaats van moeder] te blijven wonen.