De rechtbank Limburg beëindigde het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en benoemde de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat de moeder niet in staat is de verzorging en opvoeding van de minderjarige binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen, waardoor de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd. Ondanks eerdere kansen en pogingen tot herstel van haar situatie, is de moeder instabiel gebleven en onvoldoende betrokken bij het leven van de minderjarige.
De minderjarige verblijft sinds kort na geboorte bij de pleegmoeder, zijn oma aan moederszijde, en heeft behoefte aan een stabiele en voorspelbare opvoedsituatie. De moeder is onbereikbaar en onbetrouwbaar gebleken, en het contact verloopt onregelmatig. Het hof acht het belang van het kind gediend met het bekrachtigen van de beëindiging van het gezag en benoeming van de GI als voogd.
De pleegmoeder biedt een stabiele omgeving en wordt ondersteund door een professioneel netwerk. Het hof wijst het hoger beroep van de moeder af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.