In deze zaak ging het om het verzoek van de moeder om een omgangsregeling met haar vier minderjarige kinderen vast te stellen. Het hof bekrachtigde eerder het gezag exclusief aan de vader en wees het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af. De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit naar de mogelijkheid van omgang tussen moeder en kinderen.
Uit het rapport van de raad bleek dat sinds 2019 geen stabiel en betrouwbaar contact was geweest tussen de moeder en de kinderen. De moeder was meerdere keren onaangekondigd voor langere tijd naar het buitenland vertrokken en was niet bereikbaar voor de kinderen. Ook na terugkeer was er geen structureel contact. De raad adviseerde afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling.
De moeder verscheen niet bij de mondelinge behandeling en gaf geen recent standpunt. Het hof overwoog dat het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van de kinderen is, mede vanwege de emotionele schade die eerdere handelswijze van de moeder heeft veroorzaakt en het ontbreken van betrouwbare contactmogelijkheden.
De moeder werd veroordeeld in de proceskosten vanwege haar proceshouding, waaronder het niet verschijnen zonder bericht van verhindering en het ontbreken van contact met haar advocaat. Het hof stelde de kosten vast op €1.557,- en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.