Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4],
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 mei 2023 waarbij het hof de door [appellant] ingestelde incidentele vordering ex artikel 351 Rv Pro heeft afgewezen;
- de memorie van grieven met producties van [appellant] ;
- de memorie van antwoord tevens incidenteel hoger beroep met een productie van [geïntimeerden] ;
- de memorie van antwoord tevens incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde 4] ;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van [appellant] ;
- de mondeling behandeling, waarbij [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 3] spreeknotities hebben overgelegd;
- de bij H12-formulier van 16 maart 2024 door [geïntimeerden] toegezonden productie 132, de bij H12-formulie van 17 april 2024 door [appellant] toegezonden producties 25 en 26 alsmede de bij H12-formulier van 3 mei 2024 door [geïntimeerde 4] toegezonden producties 3 tot en met 7, die zij bij mondeling behandeling bij akten in het geding hebben gebracht;
- een H2 formulier van 27 mei 2024 waarmee mr. R.Ph.E.M. Cratsborn zich heeft gesteld in plaats van mr. J.H.A. Nieste.
6.De beoordeling
een gedeelte ter grootte van drie en dertigduizend driehonderd elf gulden
; koper wordt terzake gesubrogeerd in alle rechten en verplichtingen van verkoper als verpachter en de pachtpenningen komen met ingang van een januari negentienhonderd een en negentig geheel ten goede van koper.
verklaren bij deze te schenken om-niet en onherroepelijk en mitsdien ingevolge schenking schuldig te erkennen aan de comparant sub 3 een bedrag van drie en dertigduizend driehonderd elf gulden (ƒ 33.311,--).
“dat de grondslag van de beëindigingsvordering ligt in de uitleg die [geïntimeerden] geeft aan de notariële akte uit 1990”. Het hof heeft het vonnis waarvan beroep vernietigd en de vorderingen van [geïntimeerden] en [geïntimeerde 4] alsnog afgewezen. Daartoe is onder meer als volgt overwogen:
belangbij verkrijging van het perceel [sectienummer 12] van [appellant] zwaarder weegt dan het
verlangentot verkrijging daarvan van [geïntimeerden] en [geïntimeerde 4] . Omdat het perceel is geïntegreerd in het melkveebedrijf van [appellant] en voor de winstgevende exploitatie van (groot) bedrijfsmatig belang is, heeft [appellant] een bijzonder belang bij toedeling van perceel [sectienummer 12] aan hem. [geïntimeerden] en [geïntimeerde 4] hebben een louter financieel belang. Daarnaast voert [appellant] aan dat de wijze waarop de rechtbank de vaststelling van de waarde heeft bepaald, volstrekt ongebruikelijk is en geen recht doet aan de belangen van partijen. [appellant] is op geen enkele manier betrokken geweest bij de taxatie en er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden: de door de taxateur bepaalde waarde wordt door hem betwist, onder meer door overlegging van een advies van DLV.
partijeneen makelaar-taxateur opdracht zullen geven, hetgeen impliceert dat alle partijen daarbij betrokken dienden te worden. Niet in geschil is dat dit niet is gebeurd, zodat de waarde - die door [appellant] bovendien gemotiveerd is betwist - opnieuw moet worden bepaald. Om te voorkomen dat er opnieuw discussie zal ontstaan, zal het hof de regie nemen over de taxatie.