Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 1 mei 2022 te Oud Gastel en/of een of meerdere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Standdaarbuitensedijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,
hij op of omstreeks 1 mei 2022 te Oud Gastel, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Standdaarbuitensedijk, zich zodanig heeft gedragen dat door zijn gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers heeft hij, verdachte, (terwijl hij, verdachte, onder invloed van lachgas verkeerde)
hij op of omstreeks 1 mei 2022, te Oud Gastel, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder
hij op 1 mei 2022 te Oud Gastel en op meerdere plaatsen in Nederland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Standdaarbuitensedijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte, roekeloos, terwijl hij, verdachte, onder invloed van lachgas verkeerde:
hij op 1 mei 2022 te Oud Gastel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten lachgas, waarvan hij wist dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.
€ 20.000,00 affectieschade en € 7.500,00 shockschade.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
€ 20.000,00. Bij de beantwoording van de vraag of de billijkheid - gelet op de persoonlijke en maatschappelijke belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken - een andere verdeling eist, moet rekening worden gehouden met de ernst en de mate van verwijtbaarheid van de over en weer gemaakte fouten en met alle andere omstandigheden van het geval. Het hof ziet geen aanleiding de billijkheidscorrectie toe te passen, zodat de verdachte tot vergoeding van voormeld bedrag van € 20.000,00 is gehouden en de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2022, zijnde de pleegdatum van het bewezenverklaarde feit.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
4 (vier) jaren;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
€ 46.950,74 (zesenveertigduizend negenhonderdvijftig euro en vierenzeventig cent) bestaande uit€ 19.450,74 (negentienduizend vierhonderdvijftig euro en vierenzeventig cent) materiële schade en € 27.500,00 (zevenentwintigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]
€ 20.565,35 (twintigduizend vijfhonderdvijfenzestig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 565,35 (vijfhonderdvijfenzestig euro en vijfendertig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 1.358,00 (duizenddriehonderdvijfentachtig euro);