Verdachte was door de politierechter veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en vernieling van eigendom, met een taakstraf en vervangende hechtenis, en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding aan het slachtoffer.
Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, maar diende geen schriftelijke grieven in, gaf mondeling geen bezwaren aan en machtigde geen raadsman om dit namens hem te doen. De advocaat-generaal vorderde daarom niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van grieven en het ontbreken van een gemachtigde raadsman. Ook het slachtoffer wenste geen inhoudelijke behandeling en kon berusten in de niet-ontvankelijkverklaring.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, waardoor het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft. Bij de strafoplegging waren onder meer bijzondere voorwaarden opgelegd zoals meldplicht bij Reclassering, medewerking aan behandeling bij GGZ, contact- en locatieverboden.