Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- opzettelijke uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of gemeen gevaar voor goederen te duchten is, door beloften en het verschaffen van inlichtingen (feit 1 primair), en
- poging tot opzettelijke uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar of
(het hof begrijpt: [adres 3] );
(het hof begrijpt: [adres 3] )en/of
- die [medeverdachte 1] meermalen te benaderen met de vraag om aan woningen en/of panden en/of voertuigen opzettelijk brand te (laten) stichten en/of een ontploffing teweeg te (laten) brengen, te weten aan/in de woningen en/of panden en/of voertuigen genoemd in de bij [medeverdachte 1] aangetroffen briefjes/notitieblaadjes en/of
- al dan niet door tussenkomst van een of meer anderen die [medeverdachte 1] een of meer briefjes en/of notitieblaadjes te verschaffen, met daarin de volgende informatie:
- adres- en/of locatiegegevens, bevattende:
- [adres 1] ,
- [adres 2] ,
- [adres 3] ,
- kenteken- en/of voertuiggegevens, bevattende:
(het hof begrijpt: [adres 3] )en/of
hij in of omstreeks de periode van 9 april 2020 tot en met 10 juni 2020 te Arnhem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal heeft gepoogd om [medeverdachte 2] , in elk geval een ander door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, opzettelijk te bewegen/uit te lokken een misdrijf te begaan, te weten brandstichting en/of teweeg brengen van een ontploffing (als bedoeld in artikel 157 Wetboek Pro van Strafrecht) door
(het hof begrijpt: [adres 3] )
(het hof begrijpt: [adres 4] )en/of
[medeverdachte 1] op of omstreeks 27 maart 2020 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, ter voorbereiding van het meermalen plegen van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting als bedoeld in artikel 157 Wetboek Pro van Strafrecht, opzettelijk
eeninformatiedrager, bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad,
(het hof begrijpt: [adres 3] )en
hij in de periode van 9 april 2020 tot en met 10 juni 2020 te Arnhem, heeft gepoogd om [medeverdachte 2] , door beloften en door het verschaffen van inlichtingen,
(het hof begrijpt: [adres 3] ),
(het hof begrijpt: [adres 4] )en
het hof begrijpt: [adres 3] ).
1 + 2 = 1000, 3 = 500, 3+extra = 1250,
“Ik ga het doen. Totaal voor 3.”
Eigenlijk beloofde ik je, ik beloofde jou dat de afgelopen week de klus geklaard zou zijn, nee deze of het begin van de volgende week, als er iets gebeurt en je hoort niks, deze week of het begin van volgende week zal ik jouw klus doen”. [14]
(naar het hof begrijpt: de strafzaak met betrekking tot belaging van [benadeelde 4] en brandstichting aan de auto van [benadeelde 1] en de woning van zijn ouders en de – inmiddels onherroepelijke – veroordeling voor die feiten) tegen hem niet klopt. Hij zou in dat gesprek een en ander ‘gevisualiseerd’ hebben door middel van die tekeningen. De verdachte heeft ontkend dat de brieven zagen op het (uitlokken tot het) stichten van brand. Ter zitting in eerste aanleg is aan de verdachte gevraagd waarom hij op die tekening waarschuwt voor de aanwezigheid van camera’s en waarom sommige informatie op de schetsen kennelijk betrekking heeft op een situatie die dateert van ná de feiten waarvoor hij eerder in eerste aanleg werd veroordeeld. De verdachte wilde die vragen niet beantwoorden. In hoger beroep heeft de verdachte daarvoor ook geen duidelijke verklaring gegeven. Mede gelet op het feit dat zowel de verdachte als [medeverdachte 2] geen (volledig) inzicht hebben willen geven in de strekking van de notities, gaat het hof ervan uit dat deze schetsen en notities niet slechts een visualisatie betroffen en derhalve geen onschuldige betekenis/strekking hadden, zoals door de verdachte wordt beweerd. Ook enkel afgaande op de inhoud van de notities is echter reeds aannemelijk dat niet slechts sprake is van een visualisatie, maar dat de notities een instruerende strekking hebben, mede gelet op de daarin opgenomen waarschuwing.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jarenen
3 (drie) maanden.
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidinhoudende dat de veroordeelde voor de duur van
5 jaren:
- [adres 2] ,
- [adres 1] , en
- [adres 3] .
- [benadeelde 4] en haar twee kinderen,
- [benadeelde 2] en [benadeelde 3] ,
- [benadeelde 1] ,
- [benadeelde 5] ,
- [benadeelde 6] ,
- [benadeelde 7] .
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: