ECLI:NL:GHSHE:2024:2161

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 juli 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
200.337.452_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overeenstemming en vaststelling zorgregeling voor minderjarige na scheiding ouders

Deze zaak betreft een geschil over de zorgregeling voor een minderjarige geboren in 2020, waarbij de vader in hoger beroep kwam tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het hoofdverblijf bij de moeder had vastgesteld.

De rechtbank had de minderjarige onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar en een zorgregeling vastgesteld. De vader was het niet eens met de zorgregeling en verzocht het hof om vernietiging van de beschikking en vaststelling van een andere regeling.

Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over een nieuwe zorgregeling die ingaat na de zomervakantie van 2024. De regeling houdt in dat de minderjarige in een vierwekelijkse cyclus drie weken bij de vader verblijft van vrijdagmiddag tot maandagmiddag en het vierde weekend bij de moeder. Tevens zijn afspraken gemaakt over het ophalen en brengen van de minderjarige en belmomenten.

Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze ziet op de reguliere zorgverdeling en stelt de nieuwe regeling vast zoals overeengekomen door partijen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: Het hof stelt een nieuwe zorgregeling vast waarbij de minderjarige drie weken per maand bij de vader verblijft en één weekend bij de moeder.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 4 juli 2024
Zaaknummer: 200.337.452/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/383101 / FA RK 22-2626
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. S. van Reeven-Özer,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. L.G.A.A. de Hondt-Buijs.
Deze zaak gaat over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020, te [geboorteplaats]. Hierna te noemen: [minderjarige].
Als informant wordt aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie [locatie],
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats],
hierna te noemen: de raad.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 10 november 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 7 februari 2024, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en daarbij te beslissen als volgt:
- de verzoeken van de moeder in eerste aanleg alsnog af te wijzen onder toewijzing van de verzoeken van de vader;
- in het geval dat de beslissing van de rechtbank ter zake het hoofdverblijf van [minderjarige] wordt bekrachtigd, de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de zorgregeling te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de vader [minderjarige] recht hebben op contact met elkaar gedurende drie weekenden per maand, van vrijdag 17.00 uur tot maandag 17.00 uur onder handhaving van de vastgestelde regeling ter zake de verdeling van de vakanties en feestdagen;
- althans een zodanige beslissing te nemen die het gerechtshof in goede justitie
oordelend redelijk en juist acht.
2.2.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 22 maart 2023, heeft de moeder verzocht de vader niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel deze af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
2.3.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
  • een V6-formulier met bijlagen namens de vader, ingekomen ter griffie op 6 juni 2024;
  • een V6-formulier met bijlagen namens de moeder, ingekomen ter griffie op 7 juni 2024;
  • een V6-formulier met bijlagen namens de vader, ingekomen ter griffie op 12 juni 2024;
  • een V9-formulier met bijlagen namens de vader, ingekomen ter griffie op 14 juni 2024;
  • een V9-formulier met bijlagen namens de moeder, ingekomen ter griffie op 14 juni 2024.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is [minderjarige] geboren. De vader heeft [minderjarige] erkend en de ouders hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige].
3.2.
Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 augustus 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar tot 30 augustus 2024.
3.3.
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige] het hoofdverblijf bij de moeder heeft en een zorgregeling vastgesteld zoals weergegeven in de brief van de advocaat van de moeder van 31 augustus 2023, waarvan een kopie aan de beschikking is gehecht.
3.4.
De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.5.
Uit de ingekomen correspondentie volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn daarbij de navolgende regeling overeengekomen ten aanzien van de reguliere zorgverdeling. Met ingang van 30 augustus 2024 (na de zomervakantie), zal [minderjarige] in een vierwekelijkse schema bij de vader verblijven:
- in week 1, 2 en 3 verblijft [minderjarige] van vrijdag om 12.30 uur tot en met maandag 17.00 uur bij de vader.
- in de 4e week, voor het eerst in week 38, zal [minderjarige] het gehele weekend bij de moeder verblijven.
- de vader haalt [minderjarige] op vrijdag omstreeks 12.30 uur op school of opvang op en de moeder haalt [minderjarige] op maandag om 17.00 uur bij de vader op.
- vanaf het 4e levensjaar, wanneer [minderjarige] naar school gaat, brengt de vader [minderjarige] op maandagochtend om 8.30 uur naar school en haalt de moeder hem na school op.
- indien er geen school is op de overdrachts-/wisselmomenten, dan zal de moeder op de schoolvrije vrijdag [minderjarige] om 12.30 uur naar de vader brengen, respectievelijk brengt de vader [minderjarige] op de schoolvrije maandag om 12.30 uur naar de moeder.
- in week 1 en 4 zal er een belmoment zijn op woensdagavond tussen 18. 00-18.30 uur. De vader belt de moeder op, waarbij ouders niet met elkaar spreken of opmerkingen maken, maar direct het gesprek tussen de vader en [minderjarige] plaatsvindt.
3.6.
Partijen hebben het hof verzocht om deze afspraken vast te leggen in de te wijzen beschikking. Het hof begrijpt uit de overeenstemming dat de grieven voor het overige niet worden gehandhaafd, dat de man zijn verzoek in hoger beroep wijzigt als bovenstaande en dat de vrouw hiermee instemt. Het hof zal het gewijzigde verzoek toewijzen en beslissen zoals hierna in het dictum is opgenomen.
3.7.
Het vorenstaande brengt met zich dat de beschikking waarvan beroep dient te worden vernietigd voor zover deze ziet op de reguliere verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met ingang van 30 augustus 2024.

4.De beslissing

Het hof:
vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 10 november 2023, voor zover deze ziet op de verdeling van de reguliere zorg- en opvoedingstaken met ingang van 30 augustus 2024;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
bepaalt dat [minderjarige] met ingang van 30 augustus 2024 (na de zomervakantie) in een vierwekelijkse schema bij de vader verblijft:
- in week 1, 2 en 3 verblijft [minderjarige] van vrijdag om 12.30 uur tot en met maandag 17.00 uur bij de vader.
- in de 4e week, voor het eerst in week 38, zal [minderjarige] het gehele weekend bij de moeder verblijven.
- de vader haalt [minderjarige] op vrijdag omstreeks 12.30 uur op school of opvang op en de moeder haalt [minderjarige] op maandag om 17.00 uur bij de vader op.
- vanaf het 4e levensjaar, wanneer [minderjarige] naar school gaat, brengt de vader [minderjarige] op maandagochtend om 8.30 uur naar school en haalt de moeder hem na school op.
- indien er geen school is op de overdrachts-/wisselmomenten, dan zal de moeder op de schoolvrije vrijdag [minderjarige] om 12.30 uur naar de vader brengen, respectievelijk brengt de vader [minderjarige] op de schoolvrije maandag om 12.30 uur naar de moeder.
- in week 1 en 4 zal er een belmoment zijn op woensdagavond tussen 18. 00-18.30 uur. De vader belt de moeder op, waarbij ouders niet met elkaar spreken of opmerkingen maken, maar direct het gesprek tussen de vader en [minderjarige] plaatsvindt.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, E.M.D.M. van der Linden, A.M. van Riemsdijk en is op 4 juli 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.