Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg gehouden op 15 juni 2023;
- de op verzoek van het hof ingediende productie nr. 4 namens de gemeente [gemeente] , ingekomen ter griffie van dit hof op 30 oktober 2023 en
- de op de mondelinge behandeling in hoger beroep namens de OR en de gemeente [gemeente] overgelegde en voorgelezen pleitaantekeningen.
- de heer [voorzitter] (voorzitter) namens de OR, bijgestaan door mrs. De Waard en M. Tas en
- de heer [betrokkene] namens de gemeente [gemeente] , bijgestaan door mrs. De Roover en C. Riemens.
2.De beoordeling
- Binnen de gemeente [gemeente] is in 2011 een regeling vastgesteld, de zogenoemde 'recuperatieregeling', waarin aan oudere werknemers op voltijdbasis 0,5 uur arbeidstijdverkorting per dag wordt toegekend. Deze recuperatieregeling is onderdeel geweest van het lokaal arbeidsvoorwaardenoverleg als bedoeld in hoofdstuk 12 van de cao Gemeenten en voorheen hoofdstuk 12 van de CAR-UWO, dat volgens het geldende convenant bij de gemeente [gemeente] plaatsvindt tussen de gemeente enerzijds en de AVC anderzijds.
- Het
- Binnen de gemeente [gemeente] wordt de cao Gemeenten toegepast.
- In de cao Gemeenten 2021-2022, hebben de cao-partijen een akkoord bereikt over het harmoniseren van enkele verlofregelingen. Deze harmonisatie is ingegaan op 1 januari 2023.
- De cao Gemeenten 2021-2022 (looptijd van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023 en waarin meerdere versies zijn opgenomen) vermeldt, voor zover relevant, het volgende:
- De gemeente [gemeente] heeft zich jegens de AVC op het standpunt gesteld dat het continueren van de recuperatieregeling, gelet op de harmonisatie van de verlofregelingen en het standaardkarakter van de cao 2021-2022, niet langer mogelijk is. Om die reden is de regeling door de gemeente [gemeente] met ingang van 1 januari 2023 afgeschaft. De AVC kan zich met dit standpunt niet verenigen en is van mening dat de recuperatieregeling kan en moet worden voortgezet.
- Het verschil van mening tussen de AVC en de gemeente [gemeente] heeft geleid tot de procedure bij de kantonrechter.
- Bij beschikking van 14 juli 2023 (ECLI:NL:RBOBR:2023:3585) heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, voor zover van belang in hoger beroep, de verzoeken van de OR afgewezen. De kantonrechter heeft – kort weergegeven – geoordeeld dat voor een lokaal toegepast recuperatieverlof geen ruimte meer is in de cao en dat de gemeente [gemeente] gerechtigd is om deze regeling zonder overleg met de AVC in te trekken. Dit eenzijdig intrekken door de gemeente oordeelt de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Hij overwoog daarbij dat de gemeente in dat verband heeft toegelicht dat werknemers die vóór 1 januari 2023 60 jaar of ouder waren, hun aanspraken op basis van de recuperatieregeling behouden en dat aan medewerkers die binnenkort 60 jaar worden een afbouwregeling is aangeboden. Op dit moment geldt geen afbouwregeling, maar in het kader van goed werkgeverschap behoort een afbouwregeling volgens de gemeente [gemeente] nog steeds tot de mogelijkheden.
‘de meest recente versie van deze cao’, nu uit de overige overwegingen duidelijk is dat de kantonrechter uitging van de cao die gold op 1 januari 2023 (
‘die loopt van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023’). De stelling/grief van de AVC faalt dus vanwege gebrek aan feitelijke grondslag.
afwijkenvan bepalingen in deze cao niet toegestaan, tenzij in de cao anders is bepaald. Op grond van artikel 1.5 lid 2 cao 2021-2022 kunnen voor de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht van deze cao afwijkende afspraken gelden. Dit artikel bepaalt voorts dat in bijlage 7 van de cao de bepalingen waarvan deze gemeenten kunnen afwijken
limitatiefbeschreven staan. Gezien de titel “AANVULLINGS- EN AFWIJKINGSMOGELIJKHEDEN” van de artikelen 1 tot en met 4 voor de vier gemeenten kan worden afgeleid dat onder afwijken in artikel 1.5 ook aanvullen wordt verstaan.
‘geldend met ingang van 1 – 1 – 2023’. In deze versie staat voormelde bepaling (artikel 6.14) niet opgenomen. Daaruit kan worden afgeleid dat de werkgever niet meer een regeling kan vaststellen voor lokale vormen van verlof.
‘geldend met ingang van 1 – 1 – 2023’niet meer opgenomen.
‘geldend met ingang van 01 – 01 – 2023’) dat de werkgever en de vakbonden in het lokaal overleg ook andere onderwerpen kunnen bespreken die van wederzijds belang zijn. Het hof gaat ervan uit dat deze bepaling geen betrekking heeft op de mogelijkheid van lokale afwijkingen of aanvullingen nu daarover in artikel 1.5 een regeling is opgenomen voor alleen de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht en voor zover de limitatieve opsomming in bijlage 7 toelaat om aanvullende / afwijkende bepalingen overeen te komen.
“Hoofdstuk 8 Duurzame inzetbaarheid”valt. De tekst van deze bepalingen, die voornamelijk gaan over het functioneren van de (individuele) werknemer en (loopbaan)ontwikkeling, sluit niet aan bij het onderwerp van de recuperatieregeling.
individuele takenpakketen dus niet op een collectieve regeling ten aanzien van de arbeidsduur.
limitatiefbeschreven.