Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Breda betreffende diefstal en opzetheling. De verdachte werd primair veroordeeld voor diefstal van een elektrische fiets en een scooter, maar het hof sprak hem vrij van deze diefstallen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof oordeelde dat er geen direct bewijs was dat de verdachte de fietsen had weggenomen, ondanks dat een gestolen elektrische fiets in zijn schuurtje werd aangetroffen. Ook de diefstal van de scooter kon niet wettig en overtuigend worden bewezen, mede omdat het tijdsbestek tussen de diefstal en het aantreffen van de scooter in een bestelbus te lang was.
Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte op 11 augustus 2022 een elektrische fiets voorhanden had waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen, hetgeen opzetheling betreft. Gezien het justitiële verleden van de verdachte en de ernst van het feit legde het hof een gevangenisstraf van 6 weken op.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat er geen straf of maatregel werd opgelegd voor het handelen waardoor de schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.