Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,2. [geïntimeerde 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/414648 / KG ZA 23-489)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, en de schriftelijke conclusie van eis;
- de door [geïntimeerden] genomen memorie van antwoord met producties 14a, 14b en 15;
- de door [appellant] genomen akte met productie 3;
- de door [geïntimeerden] genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- a. [geïntimeerden] zijn sinds 1992 eigenaren en bewoners van de woning aan de [adres 1] te [plaats].
- b. [appellant] is in of omstreeks 2017 eigenaar en bewoner geworden van de naastgelegen woning aan de [adres 2] te [plaats].
- c. De garages van de woningen grenzen aan elkaar en zijn voorzien van een plat dak, dat als een geheel is gebouwd maar zich deels boven de garage van [geïntimeerden] en deels boven de garage van [appellant] bevindt.
- d. [appellant] heeft, ter verduurzaming van zijn woning, omstreeks begin december 2021 de oude cv-ketel uit zijn woning laten verwijderen en een hybride warmtepomp laten plaatsen. [appellant] heeft de bij de warmtepomp behorende buitenunit laten plaatsen op het platte dak, op ongeveer 1,5 meter van de over het dak lopende erfgrens. [appellant] had aanvankelijk geen omgevingsvergunning aangevraagd voor de plaatsing van de buitenunit.
- e. Één dag na plaatsing van de buitenunit hebben [geïntimeerden] aan [appellant] meegedeeld dat zij geluidsoverlast ervaren van de buitenunit.
- f. [geïntimeerden] hebben aan het college van B&W verzocht om handhavend op te treden tegen het geluid afkomstig uit de buitenunit. Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van B&W dat verzoek afgewezen. In het besluit staat onder meer dat het college [appellant] heeft aangeschreven om de overtreding alsnog ongedaan te maken door de warmtepomp te verwijderen dan wel alsnog de noodzakelijke omgevingsvergunning aan te vragen. [geïntimeerden] hebben tegen dat besluit een bezwaarschrift ingediend.
- g. Op 4 april 2022 heeft [appellant] alsnog een omgevingsvergunning aangevraagd, en wel voor de plaatsing van de buitenunit op gemeentegrond vóór de westelijke gevel van zijn woning. In deze aanvraag staat onder meer het volgende:
- h. Bij brief van 10 augustus 2022 heeft het college van B&W aan [appellant] onder meer meegedeeld dat het college er niet in is geslaagd om tijdig een beslissing te nemen op de aanvraag van [appellant] , dat [appellant] daarom beschikt over een fictieve vergunning om de gewenste activiteit uit te voeren, en dat de fictieve vergunning wordt gelijkgesteld met een besluit op de aanvraag van een omgevingsvergunning.
- i. Op 28 september 2022 heeft [appellant] wederom een omgevingsvergunning aangevraagd, ditmaal voor de plaatsing van de buitenunit op het platte dak. In deze aanvraag staat onder meer het volgende:
- j. Bij besluit van 23 november 2022 heeft het college van B&W aan [appellant] de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van de buitenunit op het platte dak. [geïntimeerden] hebben ook tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- k. Op 14 februari 2023 heeft, op verzoek van de gemeente, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: de Omgevingsdienst) een rapport uitgebracht. In de conclusie van dit rapport staat onder meer het volgende:
- l. Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van B&W het bezwaar van [geïntimeerden] tegen de afwijzing van het verzoek om handhaving ongegrond verklaard.
- m. Bij besluit van 7 april 2023 heeft het college van B&W het bezwaar van [geïntimeerden] tegen de verlening van de omgevingsvergunning van 23 november 2022 ongegrond verklaard.
- n. Op 10 juli 2023 heeft [xxx] Akoestiek en Lawaaibeheersing (hierna: [xxx]) op verzoek van [geïntimeerden] een rapport uitgebracht. In dit rapport staat onder meer het volgende:
- [appellant] te bevelen om binnen 8 dagen na betekening van het vonnis ervoor te zorgen dat de geluidsoverlast die veroorzaakt wordt door de warmtepomp zich niet meer voordoet;
- veroordeling van [appellant] tot betaling van een dwangsom voor iedere dag dat [appellant] niet aan het bevel voldoet;
- [geïntimeerden] hebben, uitgaande van hun stellingen, een spoedeisend belang bij beoordeling van hun vorderingen in kort geding (rov. 4.2).
- Binnen het kader van dit kort geding is onzeker of het geluid van de warmtepomp de grenswaarde uit het Bouwbesluit 2012 overschrijdt (rov. 4.5).
- Of het geluidsniveau de grenswaarde uit het Bouwbesluit 2012 overschrijdt, is bovendien niet doorslaggevend. Evenmin is doorslaggevend dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning al getoetst is aan het Bouwbesluit. Ook wie voldoet aan publiekrechtelijke regelgeving kan toch onrechtmatige hinder veroorzaken en het omgekeerde is ook mogelijk (rov. 4.6).
- De onzekerheid over de uitslag van een eventuele bodemprocedure tussen partijen wordt vergroot door de discussie tussen partijen over de vraag of [geïntimeerden] ook overlast ervaren als de warmtepomp uit staat (rov. 4.7).
- Al met al is op dit moment onvoldoende duidelijk of [appellant] onrechtmatige hinder veroorzaakt en of de vordering van [geïntimeerden] in een bodemprocedure zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om daar in dit kort geding op vooruit te lopen (rov. 4.8).
- Het is echter voldoende aannemelijk dat [geïntimeerden] overlast ervaren. Volgens [geïntimeerde 1] heeft dit een nadelig effect op hun gezondheid (rov. 4.10).
- Het is voor [appellant] mogelijk om zijn woning met aardgas te verwarmen als de warmtepomp is uitgeschakeld (rov. 4.11).
- Gelet op de over en weer bestaande belangen is een voorlopige ordemaatregel voor de nachtelijke uren op zijn plaats (rov. 4.12).
- Het staat [appellant] ook vrij om andere passende maatregelen te nemen om de door [geïntimeerden] ervaren geluidsoverlast te voorkomen. In dat geval zal het verbod dat in dit vonnis als voorlopige voorziening wordt getroffen, kunnen komen te vervallen (rov. 4.13).
- De voorzieningenrechter zal aan het verbod een dwangsom verbinden (rov. 4.15).
- De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten moet dragen.
- [appellant] verboden om vanaf de achtste dag na betekening van het vonnis de warmtepomp aan te hebben tussen 23:00 uur ’s avond en 7:00 uur de volgende ochtend;
- [appellant] veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100,-- per nachtelijke periode gedurende welke [appellant] in strijd met dit verbod handelt, tot een maximum van € 10.000,-- aan verbeurde dwangsommen is bereikt;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten moet dragen;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- Griffierechten € 343,--
- Salaris advocaat € 1.821,-- (1,5 punt x tarief II)
- Nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de