Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Raad voor de Kinderbescherming,
[de minderjarige]), geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/403387 / KG ZA 24/187)
2.Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep en in het incident
3.De beoordeling
- bepaald dat de man tweemaal per week gedurende 1,5 uur bij de vrouw thuis contact heeft met [de minderjarige] , welke contactmomenten zullen plaatsvinden op woensdag en vrijdag van 17.00 uur tot 18.30 uur.
- de vrouw veroordeeld haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van de bepaalde contactregeling, op verbeurte van een dwangsom van
Derhalve heeft de voorzieningenrechter zich terecht en op goede gronden bevoegd geacht van de vorderingen van de man in eerste aanleg (en overigens ook van de vordering van de vrouw in eerste aanleg) kennis te nemen.