ECLI:NL:GHSHE:2024:2252

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 juli 2024
Publicatiedatum
11 juli 2024
Zaaknummer
200.330.183_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BWArt. 237 RvArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap man over minderjarige na DNA-onderzoek

In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het vaderschap van de man over de minderjarige vastgesteld. Dit volgde op een deskundigenonderzoek door Verilabs Nederland B.V., waarbij met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% is aangetoond dat de man de biologische vader is.

De procedure begon met een beschikking van het hof op 28 maart 2024, waarin een DNA-verwantschapsonderzoek werd gelast. Partijen en de bijzondere curator reageerden schriftelijk op het deskundigenbericht. Zowel de man als de moeder erkennen de uitkomst van het onderzoek, waarbij de moeder haar eerdere stelling bevestigde.

Het hof oordeelde dat aan de wettelijke vereisten van artikel 1:207 BW Pro is voldaan, waardoor het vaderschap gerechtelijk kan worden vastgesteld. De kosten van het DNA-onderzoek worden gelijkelijk verdeeld tussen man en moeder, en de proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Tevens wordt de bijzondere curator ontslagen van zijn taak. Het verzoek van de moeder tot verdere beslissingen wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof stelt het vaderschap van de man over de minderjarige vast en veroordeelt partijen ieder tot betaling van de helft van de kosten van het DNA-onderzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 11 juli 2024
Zaaknummer : 200.330.183/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/01/382863 / FA RK 22-2503
in de zaak in hoger beroep van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. P.A. Schippers,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder
,
advocaat: mr. G.L. de Gier.
Als belanghebbende merkt het hof aan:
mr. J.J.M. van Asten,
advocaat, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
in de hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats],
als zodanig benoemd bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 22 september 2022.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.

7.De beschikking van 28 maart 2024

Bij (tussen)beschikking van 28 maart 2024 heeft het hof een deskundigenonderzoek, te weten een verwantschapsonderzoek door middel van DNA, gelast omtrent de vraag of de man de biologische vader is van [minderjarige]. Daartoe is Verilabs Nederland B.V. (hierna: Verilabs) benoemd tot deskundige.
Het hof heeft het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek voorlopig op € 695,00 bepaald en bepaald dat dit voorschot voorlopig ten laste komt van ’s Rijks kas. Voorts is de deskundige verzocht zo spoedig mogelijk contact op te nemen met partijen voor het maken van de benodigde afspraken voor de afname van het DNA-materiaal en is de deskundige verzocht een schriftelijk, ondertekend en met redenen omkleed bericht met een duidelijke conclusie, uiterlijk voor na te melden pro forma datum, aan de griffie van het hof te doen toekomen. Bepaald is dat partijen na bekendwording van de uitslag van het onderzoek in de gelegenheid worden gesteld daarop binnen een termijn van drie weken schriftelijk te reageren, waarna het hof het verdere verloop van de procedure zal bepalen.
Het hof heeft iedere verdere beslissing pro forma aangehouden tot 11 juli 2024.

8.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

8.1.
Het hof heeft na de beschikking van 28 maart 2024 kennisgenomen van de inhoud van:
- het deskundigenbericht d.d. 21 mei 2024;
- het V8-formulier d.d. 14 juni 2024 namens de moeder;
- het V8-formulier d.d. 14 juni 2024 namens de bijzondere curator;
- het V8-formulier d.d. 14 juni 2024 namens de man.

9.De verdere beoordeling

9.1.
De conclusie uit het deskundigenbericht van Verilabs van 21 mei 2024 is dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% is aangetoond dat de man de biologische vader van [minderjarige] is.
9.2.
De man heeft gereageerd op het deskundigenbericht. Hij verzet zich niet tegen de uitkomsten.
9.3.
De moeder heeft ook gereageerd op het deskundigenbericht. Door dit onderzoek is de stelling van de moeder over het vaderschap van de man bevestigd. Hierdoor kan de man worden aangemerkt als de partij die in het ongelijk is gesteld. De moeder verzoekt een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 289 juncto Pro 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
9.4.
Volgens de bijzondere curator komt naar aanleiding van het verwantschapsonderzoek de bestreden beschikking in aanmerking voor bekrachtiging, zij het met verbetering van de motivering. Het vaderschap van de man kan op inhoudelijke gronden gerechtelijk worden vastgesteld.
9.5.
Het hof overweegt als volgt.
9.5.1.
Het hof stelt op grond van voornoemd verwantschapsonderzoek vast dat de man de verwekker is van [minderjarige]. Gelet hierop kan het vaderschap van de man gerechtelijk worden vastgesteld, omdat aan de wettelijke vereisten van artikel 1:207 BW Pro is voldaan. De grief van de man faalt.
9.5.2.
De kosten van de deskundige zijn bij de tussenbeschikking van 28 maart 2024 voorlopig ten laste van 's Rijks kas gebracht. De kosten van de deskundige zijn uiteindelijk begroot op € 755,- (inclusief BTW). De moeder verzoekt bovendien de man te veroordelen in de proceskosten.
Gelet op de familierechtelijke aard van het geschil zullen de proceskosten in die zin worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het hof ziet voorts om die reden aanleiding om de man en de moeder ieder voor de helft in de kosten van het DNA-onderzoek te veroordelen.
9.6.
Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen voor zover daarin het vaderschap van de man is vastgesteld, onder aanvulling van de gronden, en het verzoek van de moeder afwijzen. Ook zal het hof de bijzondere curator ontslaan van zijn taak.

10.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 9 juni 2023 voor zover is vastgesteld dat [de man], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996 de vader is van de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022;
stelt de kosten van het deskundigenbericht vast op € 755,- (inclusief BTW);
veroordeelt de moeder tot betaling van een bedrag van € 377,50 te voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
veroordeelt de man tot betaling van een bedrag van € 377,50 te voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
verklaart deze beschikking voor zover deze betreft de beslissing over de kosten van de deskundige uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
ontslaat de bijzondere curator van zijn taak;
wijst af het meer of anders verzochte;
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, E.M.C. Dumoulin en F. Dunki Jacobs en is op 11 juli 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.