Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008 (hierna: [minderjarige 1] );
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010 (hierna: [minderjarige 2] ).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Limburg die het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen heeft beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de vader heeft toegekend.
De moeder betoogt dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moet blijven omdat zij in staat is haar ouderlijke verantwoordelijkheid te dragen en dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag een schending van haar recht op gezinsleven inhoudt. De vader stelt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat vanwege de beperkingen van beide ouders en de kwetsbare gezondheidstoestand van de kinderen gezamenlijk gezag niet werkbaar is.
Het hof heeft vastgesteld dat de relatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat de kinderen intensieve zorg behoeven vanwege hun medische en verstandelijke beperkingen. Het hof acht het in het belang van de kinderen noodzakelijk om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen. Het beroep van de moeder op het recht op gezinsleven wordt verworpen omdat de belangen van de kinderen zwaarder wegen.
De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de moeder's grief faalt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijzigt het gezag naar eenhoofdig gezag van de vader in het belang van de kinderen.