Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 september 2022;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 14 december 2022;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met productie;
- de mondeling behandeling na antwoord, waarbij partijen spreeknotities hebben overgelegd;
- de nagekomen producties H+I zijdens [appellanten] ;
- de nagekomen productie H2 zijdens Stadlander,
- de bij zivver-bericht van 9 november 2023 door [appellanten] nagezonden foto’s en tekeningen (in kleur);
- de bij H16-formulier van 21 november 2023 door [appellanten] nagezonden tekeningen (in kleur).
De beoordeling
“vervaardigd”en
“opgemeten”in januari 1974 met kenmerk Kadaster, [nummer X] (productie nr. 3 bij conclusie van antwoord) en [nummer Y] (door [appellanten] opgevraagd bij het gemeentelijk archief en overgelegd als productie 7 bij dagvaarding in eerste aanleg) toont het volgende met betrekking tot het perceel sectie C nummer [2] (zie hierna). Op beide tekeningen zijn twee (semi-driehoekige) percelen weergegeven die onderdeel uitmaken van het perceel destijds bekend als sectie C nummer [2] – nu bekend als sectie C nummer [1] en C nummer [2] – welke op de bouwtekening uit 1972 (hiervoor weergegeven onder b.) zijn ingetekend als groenperkjes. Op geen van beide tekeningen zijn de op de bouwtekening als groenperkjes weergegeven percelen destijds bekend als perceel sectie C nummer [1] en de daaraan grenzende in geschil zijnde grondstrook (onderdeel van het perceel destijds bekend als sectie C nummer [2] ) ingetekend.
“het gehele perceel Halsteren, sectie C, nummer [1] en een gedeelte van het perceel Halsteren, sectie C, nummer [2] , met een gezamenlijke grootte van ongeveer 2are en 10ca [heeft] verkregen”en dat door verkoop door [persoon A] aan de Gemeente Halsteren van een gedeelte van het perceel sectie C nummer [1] ,
“het overgebleven gedeelte (…) uiteindelijk” “het huidige perceel Halsteren, sectie C, nummer [1] ”is geworden. Volgens het Kadaster betekende dit dat [persoon A] “
na de vervreemding nog de percelen Halsteren sectie C nummers [1] , [1] en [2] op naam had staan met een gezamenlijke grootte van 1are en 62ca.”
opgemeten” en “
vervaardigd” in januari 1974, dat wil zeggen na de levering van de percelen op 5 oktober 1973. Die veldwerktekeningen betreffen dan ook geen weergave van de verkochte stroken grond. Op die veldwerktekeningen is bovendien het perceel sectie C nummer [1] niet weergegeven, terwijl door [appellanten] met een verwijzing naar de correspondentie tussen [persoon A] en het Pensioenfonds, en de leveringsakte gemotiveerd is onderbouwd dat het verkochte mede dat perceel besloeg. Dat brengt met zich dat het bij de uitleg van de leveringsakte van 5 oktober 1973 aankomt op de omschrijving van het verkochte. Daaruit blijkt dat het verkochte
“het gehele perceel sectie C [1] en de afgepaalde onderdelen van het perceel sectie C nummer [2] ”betreft. Bij gebreke van de mogelijkheid om nu te reconstrueren op welke exacte locaties op het perceel destijds bekend als sectie C nummer [2] palen waren aangebracht om de grootte van het verkochte te bepalen, komt het in dit geval bij de uitleg daarvan vooral aan op de in de leveringsakte omschreven omvang van het perceel. Die bedraagt 210 m2 (zie rov. 6.1. onder e.).