De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens het besturen van een personenauto terwijl hem de rijbevoegdheid was ontzegd. Namens de verdachte werd hoger beroep ingesteld. Het hof vernietigde het vonnis omdat het motiveringsvoorschrift niet was nageleefd en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 14 maart 2022 te Weert een motorrijtuig bestuurde terwijl hem bij onherroepelijk arrest van 6 oktober 2006 de rijbevoegdheid was ontzegd. De verdachte bekende dit feit. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de zorg voor zijn zoon en het ontbreken van een sociaal netwerk, werden meegewogen.
Desondanks vond het hof, gelet op de ernst van het feit en de noodzaak tot normhandhaving, dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was. Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken. Het vonnis werd op 8 juli 2024 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.