De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin zijn verzoek tot nihilstelling van kinderalimentatie en bijdrage jongmeerderjarigen werd afgewezen. Het geschil betreft de draagkracht van de man en de vrouw en de vraag of de alimentatiebedragen gewijzigd moeten worden.
Het hof stelt vast dat de man een WIA-uitkering ontvangt en voor 51,25% arbeidsongeschikt is verklaard, maar nog een restverdiencapaciteit heeft. De man heeft onvoldoende onderbouwd hoe zijn gewijzigde gezinssituatie en financiële situatie zijn draagkracht beïnvloeden. De vrouw voert aan dat het niet aannemelijk is dat het gezin kan rondkomen van alleen de WIA-uitkering van de man.
Het hof oordeelt dat er geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden is die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigt. De eerdere beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.