In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Limburg vernietigd waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel was vastgesteld op €27.771,27. Het hof heeft het voordeel opnieuw geschat op €47.771,27, waarbij ook de aanschaf van een boot ter waarde van €20.000,- is betrokken op basis van aanvullend politieonderzoek.
De betrokkene was veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben en verkopen van verdovende middelen, waaronder cocaïne, amfetamine, hennep en hasjiesj. De verdediging voerde aan dat het geld en de drugs niet aan betrokkene toebehoorden, maar dit werd door het hof overgenomen van de rechtbank als onvoldoende onderbouwd en onaannemelijk.
Het hof legde de betalingsverplichting op aan betrokkene en wees het verweer af dat rekening gehouden moest worden met zijn financiële omstandigheden. Tevens bepaalde het hof de maximale duur van de gijzeling op 955 dagen, conform de wettelijke regels voor ontnemingsmaatregelen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de toepasselijke bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering. Het arrest werd uitgesproken op 25 juli 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.