Partijen zijn in 2017 gehuwd en hebben in 2023 de echtscheiding aangevraagd. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij verzoeken van de man deels werden toegewezen en deels afgewezen. De vrouw heeft geen bekende woon- of verblijfplaats en is niet verschenen in hoger beroep.
In hoger beroep verzoekt de man de verdeling van zijn economische deelgerechtigdheid in de vennootschap onder firma en de verkoopopbrengst van onroerend goed en bankrekeningen in Thailand vast te stellen, en de vrouw te veroordelen tot schadevergoeding wegens benadeling van de gemeenschap. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
Het hof stelt vast dat onvoldoende bewijs is geleverd over de omvang van de huwelijksgemeenschap en de schadevordering onvoldoende is onderbouwd. De verdeling van de economische deelgerechtigdheid en de verkoopopbrengst van de vakantiewoning wordt toegewezen zonder verrekening, terwijl de schadevordering wordt afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt verder bekrachtigd.