Uitspraak
(het hof begrijpt, gelet op het proces-verbaal van bevindingen op pagina 59 van het dossier: 20 september 2022)’.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant in een zaak waarin verdachte werd verdacht van het inrijden met een auto op het slachtoffer, wat leidde tot zware mishandeling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar veroordeelde hem voor het subsidiair tenlastegelegde tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegekend.
Het hof heeft aanvullend bewijs onderzocht, waaronder eigen waarnemingen van littekens bij het slachtoffer en camerabeelden waarop het inrijden duidelijk zichtbaar is. Het hof verbeterde en verduidelijkte enkele bewijsmiddelen uit het vonnis van de rechtbank.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, eerdere veroordelingen van verdachte en zijn persoonlijke situatie. Hoewel de verdachte vrees had voor het slachtoffer, achtte het hof de straf passend en matigde deze tot 10 maanden gevangenisstraf met gedeeltelijke voorwaardelijkheid en een ontzegging van de rijbevoegdheid.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank met deze aanpassingen en verbeteringen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 24 maanden wegens zware mishandeling door inrijden met auto.