ECLI:NL:GHSHE:2024:2643

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 juli 2024
Publicatiedatum
20 augustus 2024
Zaaknummer
20-001303-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 2 OpiumwetArt. 404 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis wegens handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en Opiumwet

In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd waarbij verdachte is veroordeeld voor vier feiten van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en een feit in strijd met artikel 2, onder C, van de Opiumwet. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op gedragsinterventie en controle op middelengebruik.

Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van feit 5, conform artikel 404, vijfde lid, Sv. De bewezenverklaring van feit 3 is door het hof licht verbeterd door de merknaam van de kogelpatronen te corrigeren, zonder dat dit nadelig is voor verdachte.

De advocaat-generaal had gevorderd het vonnis integraal te bevestigen. Het hof volgde dit en bevestigde het vonnis voor zover het aan het oordeel van het hof was onderworpen. De bijzondere voorwaarden en de onttrekking van inbeslaggenomen voorwerpen blijven gehandhaafd.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 25 juli 2024, waarbij één raadsheer wegens onmacht het arrest niet mede heeft ondertekend.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de vrijspraak van feit 5.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001303-23
Uitspraak : 25 juli 2024
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 28 april 2023, in de strafzaak met parketnummer
02-248980-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde. De rechtbank heeft het onder feit 1 tot en met feit 4 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
terwijl het feit is begaan met betrekking tot meer dan één vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ (feit 1),
- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ (feit 2),
- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,
meermalen gepleegd’ (feit 3) en
- ‘ ‘Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet
gegeven verbod, meermalen gepleegd’(feit 4),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem te dien aanzien veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank bijzondere voorwaarden verbonden, te weten – samengevat weergegeven – een meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie gericht op verslaving en middelengebruik en het meewerken aan de controle op de beheersing van het middelengebruik. Ten slotte heeft de rechtbank van de inbeslaggenomen voorwerpen de onttrekking aan het verkeer gelast.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde. Tegen het vonnis is bij akte van 8 mei 2023 namens de verdachte onbeperkt hoger beroep ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover hij van het tenlastegelegde is vrijgesproken.
Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in diens hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de vrijspraakbeslissing van de rechtbank van het onder feit 5 tenlastegelegde.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met dien verstande dat het hof de tenlastelegging en de bewezenverklaring ter zake van feit 3 verbeterd leest.
Onder feit 3 is aan de verdachte tenlastegelegd en door de rechtbank bewezenverklaard dat de verdachte 16 kogelpatronen van het merk
Teuro metallwerke(cursivering telkens hof) voorhanden heeft gehad. Gelet op het procesdossier is sprake van een kennelijke verschrijving nu het kogelpatronen betrof van het merk
Teuto metallwerke.
Het hof leest de tenlastelegging en de bewezenverklaring verbeterd, in die zin dat deze – voor zover relevant – komen te luiden: “16 kogelpatronen van het merk Teuto metallwerke”. Bezien tegen de achtergrond van het dossier, de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen wordt de verdachte hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissing van de rechtbank ter zake van het onder feit 5 tenlastegelegde;
bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. drs. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 25 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. van Roosmalen voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.