ECLI:NL:GHSHE:2024:2671

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juli 2024
Publicatiedatum
26 augustus 2024
Zaaknummer
20-003047-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 SrArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal met professionele werkwijze tot zes weken gevangenisstraf

De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor diefstal van een jas uit een winkel in Eindhoven, waarbij hij aluminiumfolie gebruikte om de beveiligingssensor te omzeilen. De waarde van de jas bedroeg ruim €900. De politierechter legde een gevangenisstraf van zes weken op, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 15 dagen. Deze vordering werd door het hof afgewezen omdat de tenuitvoerlegging reeds onherroepelijk was gelast in een eerder arrest van 17 juli 2023.

De verdachte had eerder al twee keer onherroepelijk vrijheidsstraffen opgelegd gekregen voor vermogensdelicten, maar dit weerhield hem er niet van opnieuw een soortgelijk feit te plegen. Het hof achtte de professionele en geraffineerde wijze van diefstal en de waarde van het gestolen goed zwaarwegende factoren voor de strafoplegging.

De advocaat-generaal had een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis gevorderd, maar het hof volgde de politierechter in het opleggen van een gevangenisstraf. De voorlopige hechtenis werd opgeheven zodra deze gelijk stond aan de opgelegde strafduur.

Het proces-verbaal van de terechtzitting en de verklaring van de verdachte vormden belangrijke bewijsmiddelen. Het vonnis is uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch op 17 juli 2024.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voor diefstal, Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot tenuitvoerlegging.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003047-23
Uitspraak : 17 juli 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 1 november 2023 met parketnummer 01-277211-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer
02-041054-22, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. [P.I.] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen. Tot slot is de voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk werd aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf.
Het proces-verbaal waarin het vonnis is aangetekend is door de politierechter niet ondertekend. De politierechter heeft dit hersteld met een herstelproces-verbaal van 26 juni 2024.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
Door de raadsman van de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Bijgevolg zal de daarmee samenhangende overweging van de politierechter, dus voor zover die ziet op de vordering tot tenuitvoerlegging, in zijn geheel worden vervangen op de wijze als hierna vermeld.
Het hof zal tevens de toepasselijke wettelijke voorschriften waarop de beslissingen van de politierechter zijn gegrond vervangen door de hierna opgenomen artikelen.
Aanvulling van de bewijsmiddelen
In aanvulling op de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen bezigt het hof tevens het navolgende bewijsmiddel tot het bewijs:
Het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 1 november 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Het klopt dat ik op 21 oktober 2023 in Eindhoven een jas uit de [benadeelde] in Eindhoven heb gestolen. Ik heb aluminiumfolie om de beveiligingssensor gewikkeld.
Aanvullende overweging met betrekking tot de strafoplegging
Het hof ziet in hetgeen door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, in het bijzonder met betrekking tot het belang dat de verdachte heeft bij oplegging van een andersoortige of lagere straf in verband met zijn asielprocedure, geen aanleiding om tot een andere strafoplegging te komen dan de politierechter. Het hof heeft daarbij gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, in het bijzonder de waarde van de gestolen jas (ruim € 900,-) in combinatie met de professionele en geraffineerde wijze waarop de diefstal heeft plaatsgevonden (te weten door middel van het wikkelen van aluminiumfolie om de sensor van de beveiligingskabel), en op het feit dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde al twee keer eerder onherroepelijk voor vermogensdelicten is veroordeeld tot (al dan niet deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen en die eerdere veroordelingen hem er kennelijk niet van hebben weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.
Vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij vonnis van de politierechter in de rechtbank
Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 maart 2022 onder parketnummer
02-041054-22 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Uit het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 april 2024
(p. 4 en 5) volgt dat dit hof bij onherroepelijk arrest van 17 juli 2023, gewezen onder parketnummer 20-001728-22, de gehele tenuitvoerlegging heeft gelast van voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging. Mitsdien zal het hof hierna overeenkomstig beslissen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vervangt de door de politierechter aangehaalde artikelen door de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. Op deze artikelen is zowel het deel van het bevestigde dictum van de politierechter als de hierna te geven beslissing gegrond.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht:
verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 02-041054-22;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. van Kaathoven, griffier,
en op 17 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.