Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Roermond waarin verdachte was veroordeeld voor vernieling van ruiten en wederspannigheid tegen politieambtenaren. De vernieling vond plaats op 6 juli 2022 te Weert en betrof ruiten van het bedrijf van zijn vader. De wederspannigheid vond plaats op 25 maart 2023 te Wessem tijdens een aanhouding waarbij verdachte zich met geweld verzette tegen het aanleggen van handboeien.
De verdediging voerde onder meer een beroep op overmacht wegens schouderletsels en betwistte de wederspannigheid. Het hof oordeelde echter dat het verzet tegen de politie niet gerechtvaardigd was, mede gelet op het gedrag van verdachte voorafgaand aan de aanhouding en de wijze van verzet, waaronder een kopstootbeweging. Het hof achtte de toerekeningsvatbaarheid verminderd vanwege een persoonlijkheidsstoornis, ADHD en middelenafhankelijkheid, die het impulsieve gedrag van verdachte beïnvloedden.
Gezien de ernst van de feiten, de recidive en de persoonlijke omstandigheden legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het hof verwierp het verzoek tot strafmatiging en benadrukte het belang van normhandhaving en het voorkomen van herhaling. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest werd ter openbare terechtzitting uitgesproken op 21 augustus 2024.