Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder drugshandel, witwassen en wapendelicten. Het hof vernietigde de bewezenverklaring van een deel van de amfetaminehoeveelheid (van 586 gram naar 483 gram) en deed in zoverre opnieuw recht.
De verdediging voerde een beroep op onherstelbaar vormverzuim wegens een niet vooraf opgemaakt proces-verbaal bij de machtiging tot binnentreden en stelde dat het bewijs uitgesloten moest worden. Het hof oordeelde dat de verdenking voorafgaand aan de machtiging bestond en dat het proces-verbaal achteraf mocht worden opgemaakt, waardoor geen vormverzuim was. De anonieme brief en aanvullend onderzoek boden voldoende concrete aanwijzingen voor de verdenking.
Het hof verwierp het verzoek tot heropening van het onderzoek naar aanleiding van de medische situatie van de verdachte, omdat voldoende informatie beschikbaar was en geen detentieongeschiktheid werd vastgesteld. Ondanks de kleinere bewezen hoeveelheid amfetamine handhaafde het hof de straf van twee jaar gevangenisstraf. De voorlopige hechtenis werd opgeheven. Het hof constateerde een korte overschrijding van de redelijke termijn, maar zag geen aanleiding voor strafvermindering.