AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Benoeming bijzondere curator in afstammingszaak minderjarige
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht staat een hoger beroep centraal over de afstamming van een minderjarige geboren in 2011. De moeder is verzoekster in hoger beroep tegen de man, die een verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige heeft ingediend. De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg en de Raad voor de Kinderbescherming zijn als belanghebbenden betrokken.
Het hof verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank Limburg en behandelt het hoger beroep waarbij de moeder het verzoek van de man wil laten afwijzen of niet-ontvankelijk wil verklaren. Omdat het om een afstammingszaak gaat, wordt op grond van artikel 1:212 BWPro een bijzondere curator benoemd voor de minderjarige.
Mr. S.C. van Heerd, die in eerste aanleg als bijzondere curator optrad, wordt opnieuw benoemd. Het hof verzoekt hem een schriftelijk verslag uit te brengen met een standpunt over het afstammingsverzoek. Tevens worden alle processtukken en actuele adresgegevens aan hem verstrekt. Het hof houdt verdere beslissing aan en behoudt zich de mogelijkheid voor om later te beslissen.
Uitkomst: De bijzondere curator wordt benoemd en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 25 april 2024
Zaaknummer : 200.338.526/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/03/315361 / FA RK 23-839
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. H.C. Egger-van Oppen,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man ,
advocaat: mr. M.J.L. van den Aker-Groffen.
Deze zaak gaat over:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbende merkt het hof aan:
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de GI.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
1.Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 14 december 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2.Het geding in hoger beroep
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 6 maart 2024, heeft de moeder verzocht uitvoerbaar bij voorraad:
1. voormelde uitspraak te vernietigen;
2. de man in zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] niet-ontvankelijk te verklaren;
3. subsidiair: voor zover de man wel ontvankelijk is in zijn verzoek dit af te wijzen;
4. de proceskosten tussen partijen te compenseren.
3.De beoordeling
3.1.
Omdat deze procedure betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] , moet zij op grond van artikel 1:212 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator.
3.2.
Mr. S.C. van Heerd, die in eerste aanleg als bijzondere curator is opgetreden voor [minderjarige] heeft zich desgevraagd bereid verklaard om weer als bijzondere curator op te treden. Het hof zal hem in die hoedanigheid benoemen.
3.3.
Het hof verwacht van de bijzondere curator dat hij verslag doet van zijn bevindingen en daarbij een (nader) standpunt over het afstammingsverzoek zal innemen.
Het hof zal de griffier gelasten een kopie van de processtukken en tevens de actuele adresgegevens van alle belanghebbenden aan de bijzondere curator te verstrekken.
3.4.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt het hof zich iedere verdere beslissing voor.
4.De beslissing
Het hof:
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2011, mr. S.C. van Heerd, advocaat, kantoorhoudende te Venlo;
bepaalt dat de griffier van dit hof:
er voor zorgt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over de actuele adresgegevens van alle betrokkenen;
er voor zorgt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over alle processtukken die zich in het dossier bevinden;
verzoekt de bijzondere curator schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en daarbij een (nader) standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, E.P. de Beij en K.A. Boshouwers en is op 25 april 2024. uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.