ECLI:NL:GHSHE:2024:278

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
200.313.004/01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor waardebepaling echtelijke woning in hoger beroep

In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is een geschil over de waardebepaling van de echtelijke woning aan een adres in een plaats binnen de gemeente. De man stelde voor om de waarde vast te stellen op basis van een bestaand taxatierapport van juni 2022, terwijl de vrouw een nieuw taxatierapport wenste vanwege onjuistheden in het eerdere rapport.

Het hof besloot een deskundige te benoemen die een nieuw, gemotiveerd taxatierapport moet opstellen over de marktwaarde van de woning per peildatum 12 april 2022. De deskundige moet zelfstandig onderzoek verrichten en mag niet beperkt worden tot een 'desktop-taxatie'.

Het hof stelde ook de vragen vast die de deskundige moet beantwoorden, waaronder de exacte waarde van de woning en relevante opmerkingen voor de beslissing. De procedure omtrent het deskundigenonderzoek is gedetailleerd geregeld, inclusief communicatie via advocaten, reactietermijnen en kostenverdeling.

De beschikking is uitgesproken door drie raadsheren en houdt verdere beslissing aan tot 1 mei 2024, zodat partijen na ontvangst van het deskundigenrapport kunnen reageren.

Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige voor een nieuw taxatierapport over de waarde van de echtelijke woning per 12 april 2022 en regelt de procedure en kostenverdeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer : 200.313.004/01
zaaknummer rechtbank : C/02/369051 FA RK 20-840
beschikking van de meervoudige kamer van 1 februari 2024
inzake
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] , Tsjechië,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. D.J.D. Kentie te Breda.

8.De beschikking d.d. 30 november 2023

Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat een deskundige benoemd dient te worden om de waarde van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] (hierna: de woning) vast te stellen per peildatum 12 april 2022. Het hof heeft daarbij partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van het hof om mr. [deskundige] tot deskundige te benoemen. Partijen konden zich tevens uitlaten over de aan deze deskundige voor te leggen vragen.

9.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Na voormelde tussenbeschikking van 30 november 2023 zijn de volgende stukken ter kennis van het hof gebracht:
  • de brief van de advocaat van de man van 12 december 2023 met producties 40 en 41;
  • de brief van de advocaat van de vrouw van 15 januari 2024.

10.De verdere beoordeling

10.1.
Bij genoemde brief van 12 december 2023 heeft de
manals productie 40 een taxatierapport van [makelaar] o.g. in het geding gebracht waaruit een waarde van de woning volgt van € 315.000,-- per waardepeildatum 30 juni 2022. Uit kostenoverwegingen stelt de man voor om voor de vaststelling van de waarde van de woning per peildatum 12 april 2022 uit te gaan van dit taxatierapport. Hij hoopt dat de vrouw hiermee kan instemmen. Indien dat niet het geval is, kan hij instemmen met de benoeming van de heer [deskundige] als deskundige voor de vaststelling van de waarde van de woning. De man suggereert het hof om in overweging te nemen de taxatieopdracht aan de deskundige te beperken tot een zogenaamde ‘desktop-taxatie’, waarbij aan de hand van beschikbare informatie wordt gecheckt of de taxatie van [makelaar] o.g. een reële waardering is en/of hoeveel meer of minder waard de woning is per peildatum 12 april 2022.
10.2.
Bij brief van 15 januari 2024 heeft de
vrouwingestemd met het voornemen van het hof om de heer [deskundige] te benoemen als deskundige voor de vaststelling van de waarde van de woning per peildatum 12 april 2022. Zij kan zich niet vinden in het voorstel van de man om voor de vaststelling van de waarde van de woning uit te gaan van het door hem als productie 40 in het geding gebrachte taxatierapport. Er moet een nieuw taxatierapport komen. Het taxatierapport dat door de man in het geding is gebracht is inmiddels ruim anderhalf jaar oud en de daarin gemaakte vergelijkingen met andere woningen zijn onjuist. Voor wat betreft de te stellen vragen meent de vrouw dat ook de navolgende vragen aan de
deskundige dienen te worden voorgelegd: (i) wat is de waarde in de vrije markt van de echtelijke woning per l2 april 2022?, (ii) waarop baseert u deze waarde en (iii) welke vergelijkbare verkochte woningen rond deze datum heeft u betrokken bij de vast te stellen waarde.
10.3.
Het
hofstelt vast dat de vrouw zich niet kan vinden in het voorstel van de man om voor de vaststelling van de waarde van de woning per peildatum 12 april 2022 uit te gaan van het door de man als productie 40 in het geding gebrachte taxatierapport. Het hof zal daarom overgaan tot benoeming van mr. [deskundige] als deskundige. De deskundige dient middels een door hem op te maken taxatierapport gemotiveerd en zo nauwkeurig mogelijk antwoord te geven op de vraag wat op de peildatum 12 april 2022 de waarde was van de echtelijke woning aan de [adres 1] [plaats 1] .
10.4.
Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door de man in zijn brief van 12 december 2023 gesuggereerd, de taxatieopdracht aan de deskundige te beperken tot een zogenaamde ‘desktop-taxatie’. Het is aan de deskundige om zelfstandig onderzoek te verrichten naar de waarde van de woning. Ook de suggestie van de vrouw om expliciet aan de deskundige de vraag te stellen welke vergelijkbare verkochte woningen hij bij zijn taxatie heeft betrokken zal het hof niet overnemen, nu een dergelijke analyse slechts een onderdeel uitmaakt van de waardebepaling.
10.5.
In aanmerking genomen de overige door partijen gedane suggesties en opmerkingen bepaalt het hof dat de deskundige gemotiveerd en zo nauwkeurig mogelijk antwoord dient te geven op de volgende vragen:
1. Wat is op de peildatum 12 april 2022 de waarde van de aan partijen in eigendom toebehorende woning met ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [adres 1] [plaats 1] , gemeente [gemeente] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie K nummer 3850, groot één are en zesendertig centiare (1 a en 36 ca), inclusief de berging/stalling met ondergrond, plaatselijk bekend [adres 1] te [plaats 1] , gemeente [gemeente] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie K nummer 3912, groot negentien centiare (19 ca)?
2. Welke opmerkingen zijn naar het oordeel van de deskundige verder van belang ten behoeve van de door het hof te nemen beslissing?
10.6.
De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaten op te vragen. Ook voor wat betreft de praktische gang van zaken omtrent de taxatie, dient de communicatie met de deskundige via de advocaten te verlopen. De deskundige wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.
Indien de deskundige voor het onderzoek gebruikmaakt van informatie van derden, dient hij daarvan melding te maken in het rapport.
Het hof wijst er voorts op dat gegevens die door de advocaat van de ene partij aan de deskundige worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de advocaat van de wederpartij.
10.7.
Het voorschot van mr. [deskundige] van € 2.541,-- zal gelijkelijk ten laste van partijen worden gebracht.

11.De beslissing

Het hof:
op het principaal en incidenteel appel:
11.1.
bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rov. 10.5 van deze beschikking geformuleerde vragen;
11.2.
benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:
mr. [deskundige]
Makelaars- en Assurantiekantoor [kantoor] B.V.
[adres 2]
[adres 2] [plaats 2]
Tel. [telefoonnummer]
[e-mailadres]
11.3.
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige toezendt;
11.4.
bepaalt dat de advocaten van partijen binnen één week na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;
11.5.
bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;
11.6.
wijst de deskundige erop dat de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis dient te nemen van de “
Leidraad deskundigen in civiele zaken”, te raadplegen op rechtspraak.nl;
11.7.
bepaalt dat de plaats en de tijd waar en wanneer de deskundige tot het onderzoek zal overgaan, zullen worden vastgesteld door de deskundige in overleg met de advocaten van de partijen;
11.8.
bepaalt dat de deskundige de partijen en hun advocaten, indien zij dat wensen, in de gelegenheid zal stellen aanwezig te zijn bij de opname voor de bepaling van de vraagprijs;
11.9.
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek –
en ten aanzien van het concept-rapport– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het rapport tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
11.10.
bepaalt dat partijen binnen twee weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
11.11.
verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed rapport, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het rapport aan de advocaten van partijen toe te zenden;
11.12.
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijke, ondertekende rapport ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op twee maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
11.13.
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.541,-- inclusief BTW;
11.14.
bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 2.541,--, derhalve € 1.270,50 zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
11.15.
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
11.16.
benoemt mr. M.J. van Laarhoven tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
11.17.
bepaalt dat partijen binnen vier weken na ontvangst van het definitieve deskundigenrapport hun reactie schriftelijk aan het hof kenbaar kunnen maken;
11.18.
houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 mei 2024
PRO FORMA.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, P.P.M. van Reijsen en G.M. Goes, en is op 1 februari 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.